Klasadoptie

Leerlingen uit het zesde leerjaar worden een gans jaar begeleid door een inspecteur van de politie, hun eigen klasagent. Doel is enerzijds de jongeren weerbaar te maken voor verleidingen als drugs, alcohol en spijbelen en anderzijds de drempel naar de politie te verlagen.

In september 2003 adopteerde de Leuvense politie voor het eerst 9 klassen uit het 6de leerjaar. De 11- en 12 jarigen werden een schooljaar lang begeleid op weg naar het middelbaar onderwijs. Ondertussen heeft het aantal adoptieklasjes de kaap van 20 bereikt. De klasagent gaat minimaal één keer per maand langs in zijn of haar klasje. Er wordt naar de jongeren geluisterd en met hen gediscussieerd over thema's die in overleg tussen politie, leerlingen en leerkrachten worden bepaald. Tegelijkertijd wordt geprobeerd hen weerbaar te maken voor verleidingen waarmee ze in het middelbaar geconfronteerd zullen worden zoals drugs, alcohol en spijbelen.

Preventieve aanpak

Het repressief aanpakken van problemen die zich reeds hebben voorgedaan ruimt steeds meer de baan voor een probleemoplossende aanpak. Ook en misschien vooral inzake jeugddelinquentie. Preventie neemt hierbij een centrale plaats in. De jongeren worden gezien als partners die samen met de politie werken aan een veilige en aangename stad. Er wordt gekozen voor zesdejaars in het lager onderwijs omdat deze jongeren een sleutelmoment doormaken in hun leven met als belangrijkste stap de overgang van het lager naar het middelbaar onderwijs. De ervaring leert dat deze leeftijdsgroep nog ontvankelijk is voor boodschappen die van een autoriteit komen.

Werken aan vertrouwensrelatie

Heel wat tijd gaat naar het informeren van de jongeren over de oorzaak en het gevolg van een hele reeks risico- en overlastfenomenen zoals spijbelen, alcoholmisbruik, druggebruik,… Er wordt geprobeerd hen een bepaalde attitude aan te kweken t.a.v. afwijkend of normoverschrijdend gedrag.

Verder is het de bedoeling door veelvuldige contacten de relatie tussen politie en de jongere te verbeteren en een vertrouwensrelatie op te bouwen die ook de volgende jaren nog zal doorwerken. Jongeren voelen zich niet altijd begrepen door de politie en omgekeerd. De politie wil de wet doen respecteren, jongeren willen experimenteren en daarbij ook wel eens grenzen verleggen. Preventie kan slechts slagen wanneer politie en jongeren begrip hebben voor mekaar en luisteren naar elkaar. Het is essentieel om elkaars verwachtingen te kennen en problemen bespreekbaar te maken.

Het is geenszins de bedoeling van het Leuvens klasadoptieproject dat de klasagenten echt les gaan geven. Interactie, vraag- en antwoordspel en discussies staan centraal. De behoeften van de leerlingen bepalen hoe het adoptieproject concreet wordt ingevuld : welke onderwerpen liggen hen het nauwst aan het hart? En er wordt natuurlijk ook ingespeeld op de nieuwsgierigheid van de jongeren. Een drug- of speurhond die langs komt in de klas, het opnemen van vingerafdrukken, een bezoek aan het gerechtsgebouw, een woordje uitleg over drugs en alcohol, … het behoort allemaal tot de mogelijkheden. Een bezoek aan het politiehuis op de Philipssite op het einde van het schooljaar is het slotevenement voor alle adoptieklasjes.

Een blik in de praktijk

De klasagent die een zesde leerjaar adopteert overlegt eerst met de directie en de klasleraar over de concrete invulling van het project. De inbreng van de klas zelf krijgt evenveel aandacht.

Tijdens het eerste contact tussen de klasagent en zijn klas, stelt de agent zichzelf voor en wordt er gepolst naar de interesses en verwachtingen van de zesdejaars. Tijdens dit eerste contact wordt de Flik het maar krant uitgedeeld.

De klasagent steekt een handje toe bij een aantal preventielessen die passen in het lessenpakket van de leerkracht. Hij/zij geeft geen les in de plaats van de leerkracht, maar levert een meerwaarde door mee te discussiëren, vragen te beantwoorden en tips te geven. Eventueel zorgt de klasagent ervoor dat iemand van de Preventiedienst, de Jeugd- en Sociale dienst, de verkeerspolitie, de recherche,… meekomt wanneer die een meerwaarde zou kunnen betekenen voor de les.

Om de vertrouwensrelatie met de leerlingen op te bouwen zal de klasagent bovendien regelmatig in zijn of haar klas binnenwippen, eens langskomen aan de schoolpoort, de klas uitwuiven bij het vertrek op schoolreis of een fietscontrole doen op de speelplaats. Tijdens deze contactmomenten kunnen de leerlingen even bij hun klasagent terecht voor een babbel, om een vraag te stellen of een probleem te melden. De kinderen raken op die manier beter vertrouwd met de politie. Zo moet het voor de jongere duidelijk worden dat de politieambtenaar geen boeman is, maar iemand die openstaat voor ideeën van anderen, die luistert, advies of goede raad geeft, bijstuurt.

Positieve resultaten

Uit de reacties van de kinderen blijkt dat ze de lessen en contactmomenten zeer leerrijk vinden. De kinderen geven aan dat ze zich gehoord voelen door hun klasagent en dat ze heel wat bijleren van hem of haar. We menen verder te mogen stellen dat de drempel naar de politie toe verlaagd is. De schroom om een politieman- of vrouw aan te spreken, bijvoorbeeld om pesterijen of feiten van steaming te melden, zou na een jaar in de adoptieklas verdwenen moeten zijn.


In welke mate het project invloed heeft op het gedrag van de jongere is moeilijk meetbaar. Hopelijk hebben de gesprekken met de zesdejaars een positieve invloed op het gedrag van de jongeren en onthouden ze zich van normoverschrijdend gedrag. Het is echter een opdracht voor iedereen die met de opvoeding van jongeren bezig is, om permanent te blijven werken aan de weerbaarheid van de opgroeiende jongere.


Het is wel een feit dat het klasadoptieproject de relatie met de schooldirecties en de leerkrachten in positieve zin wijzigt. Zij hebben door de veelvuldige contacten met de klasagent hun kijk op de politie in positieve zin veranderd. Ook de relatie tussen politie en ouders van de kinderen uit een adoptieklas blijkt te zijn verbeterd.