Centrale Dienst voor de Bestrijding van Corruptie (CDBC)

OCRC maakt deel uit van de Centrale directie van de bestrijding van de zware en georganiseerde criminaliteit. Het speurwerk van de CDBC betreft vooral de volgende misdrijven: omkoping, knevelarij, belangenneming en verduistering op het gebied van overheidsopdrachten, subsidies, vergunningen en erkenningen.

Geschiedenis

In zijn huidige vorm bestaat de CDBC een tiental jaar, maar voor de oorsprong van de dienst moeten we veel vroeger teruggaan.

Begin vorige eeuw werden ernstige onregelmatigheden aan het licht gebracht binnen het toenmalige Bestuur van de Spoorwegen. Om de situatie het hoofd te bieden en te vermijden dat er nieuwe misdrijven werden gepleegd, werd er beslist om een controleorgaan te creëren. Dit orgaan werd opgericht door een Koninklijk Besluit van 30 oktober 1910 (BS van 05-11-1910) en kreeg de naam "Hoog Comité van Toezicht" (HCT).

Aanvankelijk bestond dit toezichtcomité uit 3 hoge ambtenaren en 3 magistraten. Deze lieten zich echter al vlug bijstaan door een dienst enquêtes. De leden van deze dienst hadden onderzoeks- en enquêtebevoegdheden binnen het ministerie van Spoorwegen, Posterijen en Telegrafen.De eerste Belgische 'onomkoopbaren' waren geboren!

Al snel - vanaf 1921 - werd de bevoegdheid van het HCT uitgebreid tot alle ministeries en tot de overheidsinstellingen, zoals de in 1926 opgerichte Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen (NMBS) en de Regie van Telegraaf en Telefoon (RTT), die 4 jaar later werd opgericht. In 1940 werd het HCT geïntegreerd in de Diensten van de Eerste Minister.

Heel wat later kregen de enquêteurs van het HCT, naar aanleiding van verscheidene hervormingen die plaatsvonden tussen 1962 en 1970, de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie, hulpofficier van de procureur des Konings en van de krijgsauditeur, en werd hun bevoegdheid uitgebreid tot de provincies en de gemeenten. Hun opdracht bestond toen voornamelijk in het opsporen van fraude of onregelmatigheden gepleegd door leden van de administratie of door derden, en in het controleren van de gunning en de uitvoering van met de overheid gesloten contracten voor de aanneming van werken, leveringen en diensten.

In de loop der jaren profileerde het HCT zich zo als een gespecialiseerde politiedienst op het gebied van corruptie, fraude bij overheidsopdrachten en subsidiefraude.

In 1998 werd de dienst enquêtes van het HCT dan geïntegreerd in de Gerechtelijke Politie. Daardoor verloor het zijn administratieve bevoegdheden, aangezien de leden van het HCT enkel nog gerechtelijke onderzoeken mochten voeren. Zo ontstond de Centrale Dienst voor de Bestrijding van de Corruptie, kortweg CDBC.

Bij de hervorming van de politiediensten op 1 januari 2001 werd de CDBC opgenomen in de Algemene directie van de gerechtelijke politie.

OCRC

Missie

De CDBC is een centrale dienst binnen de federale politie met een operationele bevoegdheid. Dat betekent dat de leden van deze dienst gerechtelijke onderzoeken (huiszoekingen, inbeslagnemingen, verhoren, aanhoudingen, pv's, enz.) autonoom of in steun mogen uitvoeren, of in samenwerking met de gedeconcentreerde gerechtelijke directies (FGP's) in de arrondissementen. Dit is, afhankelijk van de ernst van het onderzoek, het delicate karakter ervan, de functie bekleed door de daders, de complexiteit van de gevraagde handelingen, enz.

Beter gezegd, "de CDBC is bevoegd voor het opsporen en verlenen van ondersteuning bij de opsporing van misdrijven ten nadele van de belangen van de staat, evenals de ernstige en complexe misdrijven van corruptie. Bovendien oefent hij een pilootfunctie uit in het kader van de bestrijding van criminele misbruiken en gedragingen inzake overheidsopdrachten, subsidiewetgeving, erkenningen en vergunningen."

Het speurwerk van de CDBC betreft zo vooral de volgende misdrijven: omkoping, knevelarij, belangenneming en verduistering op het gebied van overheidsopdrachten, subsidies, vergunningen en erkenningen. De corruptie waarvan hier sprake is, moet dus beschouwd worden in de ruime zin van het woord, namelijk de misdrijven die beteugeld worden door de wet van 10 februari 1999 betreffende de bestraffing van corruptie.

Het bestaan van deze operationele capaciteit op centraal niveau is onontbeerlijk om de volgende redenen:

  • De arrondissementele (en lokale) instanties kunnen niet altijd een prioritair belang hechten aan de bestrijding van corruptie (gezien de andere misdaadfenomenen die bestreden moeten worden).
  • In sommige arrondissementen stellen we een zeker gebrek aan expertise en vooral aan capaciteit vast.
  • Het is nodig om over een gespecialiseerde onderzoeksdienst te beschikken die voldoende onafhankelijk is en complexe en delicate onderzoeken of internationale onderzoeken kan uitvoeren.

Bovendien oefent de CDBC als centrale dienst de volgende opdrachten uit:

  • Op operationeel gebied:
    • Coördinatie van de operaties op nationaal niveau.
    • Ondersteuning van de andere politiediensten (hulp, advies, raadgevingen, enz.).
  • Op strategisch gebied:
    • Beheer van de in het Nationaal VeiligheidsPlan bepaalde prioriteiten.
    • Onderzoek en ontwikkeling.
    • Follow-up van het fenomeen.

Structuur

De CDBC bestaat uit twee secties met onderzoekers die zijn onderverdeeld volgens taalrol (Nederlandstalig en Franstalig):

  • De sectie « Overheidsopdrachten » voert hoofdzakelijk onderzoeken uit inzake fraude bij overheidsopdrachten.
  • De sectie « Financiële Fraudes » voert onderzoeken uit inzake subsidiefraude en inzake omkoping van ambtenaren en politieke mandatarissen.

Elke sectie is onderverdeeld in onderzoeksteams waarvan de grootte varieert naargelang het belang en de omvang van het onderzoek.

Bovendien bevinden zich binnen de CDBC nog twee bijzondere entiteiten:

  • De cel « Voetbalfraude » verenigt diverse partners in de strijd tegen de fraude binnen deze sport (vb. gokfraude). De CDBC zelf staat in voor het onderzoek van de strafrechtelijke elementen van de fraude, namelijk wanneer spelers en/of scheidsrechters zijn omgekocht.
  • De verbindingsofficieren (LO) bij de « Kansspelcommissie (KSC) » zijn onderzoekers van de CDBC die zorgen voor de coördinatie van onderzoeken die door de Commissie en de CDBC samen gevoerd worden.

Behandelde fenomenen

De CDBC houdt zich in het bijzonder bezig met 3 fenomenen :

  • Corruptie in de ruime zin van het woord, namelijk de handelingen beteugeld door de wet van 10 februari 1999 betreffende de bestraffing van corruptie: passieve en actieve omkoping, openbare en private omkoping, knevelarij, belangenneming, verduistering door een ambtenaar.
  • Fraude met overheidssubsidies.
  • Fraude bij overheidsopdrachten.

Corruptie in de ruime zin van het woord

Passieve openbare omkoping wordt door artikel 246 §1 van het strafwetboek gedefinieerd als: « Het feit dat een persoon die een openbaar ambt uitoefent (of die zich kandidaat heeft gesteld voor een dergelijk ambt, of die doet geloven een dergelijk ambt te zullen uitoefenen, of die, door gebruik te maken van valse hoedanigheden, doet geloven een dergelijk ambt uit te oefenen), rechtstreeks of door tussenpersonen, voor zichzelf of voor een derde, een aanbod, een belofte of een voordeel van welke aard dan ook vraagt of aanneemt om een van de in artikel 247 (van het strafwetboek) vermelde gedragingen aan te nemen (met name een handeling verrichten of nalaten te verrichten bij de uitoefening van zijn ambt, of hiertoe van zijn invloed gebruik te maken, enz.).»

Actieve openbare omkoping wordt door artikel 246 §2 van het strafwetboek gedefinieerd als : « Het rechtstreeks of door tussenpersonen voorstellen (of het toekennen) aan een persoon die een openbaar ambt uitoefent (of die zich kandidaat heeft gesteld voor een dergelijk ambt, of die doet geloven een dergelijk ambt te zullen uitoefenen, of die, door gebruik te maken van valse hoedanigheden, doet geloven een dergelijk ambt uit te oefenen), van een aanbod, een belofte of een voordeel van welke aard dan ook voor zichzelf of voor een derde om een van de in artikel 247 (van het strafwetboek) bedoelde gedragingen aan te nemen (met name opdat een handeling verrichten of nalaten te verrichten bij de uitoefening van zijn ambt, of hiertoe van zijn invloed gebruik te maken, enz.).»

Passieve private omkoping wordt door artikel 504bis §1 van het strafwetboek gedefinieerd als: « Het feit dat een persoon die bestuurder of zaakvoerder van een rechtspersoon, lasthebber of aangestelde van een rechtspersoon of van een natuurlijke persoon is, rechtstreeks of door tussenpersonen, voor zichzelf of voor een derde, een aanbod, een belofte of een voordeel van welke aard dan ook vraagt of aanneemt, om zonder medeweten en zonder machtiging van, naar gelang van het geval, de raad van bestuur of de algemene vergadering, de lastgever of de werkgever, een handeling van zijn functie of een door zijn functie vergemakkelijkte handeling te verrichten of na te laten.»

Actieve private omkoping wordt door artikel 504bis §2 van het strafwetboek gedefinieerd als: « Het rechtstreeks of door tussenpersonen voorstellen (of het toekennen) aan een persoon die bestuurder of zaakvoerder van een rechtspersoon, lasthebber of aangestelde van een rechtspersoon of van een natuurlijke persoon is, van een aanbod, een belofte of een voordeel van welke aard dan ook voor zichzelf of voor een derde om zonder medeweten en zonder machtiging van, naar gelang van het geval, de raad van bestuur of de algemene vergadering, de lastgever of de werkgever, een handeling van zijn functie of een door zijn functie vergemakkelijkte handeling te verrichten of na te laten.»

OCRC

Bovendien kunnen twee niveaus van omkoping onderscheiden worden:

  • Street-level corruption, wat op klassieke wijze overeenstemt met de omkoping die gepleegd wordt door de gewone burger bij zijn contacten met het bestuur (bijvoorbeeld om een of ander document te verkrijgen of om aan een controle of geldboete te ontsnappen).
  • Top-level corruption, wat verwijst naar de hogere economische sferen van de maatschappij en waarvoor vaak, in tegenstelling tot het eerste niveau, mechanismen en tal van complexe financiële verrichtingen moeten worden aangewend om de ondoorgrondelijkheid ervan te verzekeren.

Ten slotte wijzen we erop dat het corruptiemisdrijf bestaat zodra de uitvoering ervan begint, met andere woorden zodra het voorstel of de vraag geformuleerd wordt.

Knevelarij wordt door artikel 243 van het strafwetboek gedefinieerd als: «Iedere persoon die een openbaar ambt uitoefent,[…] die bevel geven zal om rechten, taksen, belastingen, gelden, inkomsten of interesten, lonen of wedden te innen, of die vorderen zal of ontvangen zal, wetende dat zij niet verschuldigd zijn of het verschuldigde te boven gaan.»

Belangenneming wordt door artikel 245 van het strafwetboek gedefinieerd als: «Iedere persoon die een openbaar ambt uitoefent, die, hetzij rechtstreeks, hetzij door tussenpersonen of door schijnhandelingen, enig belang, welk het ook zij, neemt of aanvaardt in de verrichtingen, aanbestedingen, aannemingen of werken in regie waarover hij ten tijde van de handeling geheel of ten dele het beheer of het toezicht had, of die, belast met de ordonnancering van de betaling of de vereffening van een zaak, daarin enig belang neemt. […] De voorafgaande bepaling is niet toepasselijk op hem die in de gegeven omstandigheden zijn private belangen door zijn betrekking niet kon bevorderen en openlijk heeft gehandeld. »

Verduistering door een ambtenaar wordt door de artikels 240 en 241 van het strafwetboek gedefinieerd als: «Iedere persoon die een openbaar ambt uitoefent, die openbare of private gelden, geldswaardige papieren, stukken, effecten, akten, roerende zaken verduistert (met andere woorden, voor andere doeleinden gebruikt dan het aanvankelijk bepaalde doel), welke hij uit kracht of uit hoofde van zijn ambt onder zich heeft », of « Iedere persoon die een openbaar ambt uitoefent, die akten of titels waarvan hij in die hoedanigheid de bewaarder is, die hem zijn bezorgd of waartoe hij uit hoofde van zijn ambt toegang heeft gehad, kwaadwillig of bedrieglijk vernietigt of wegmaakt.»

Fraude met overheidssubsidies

Fraude met overheidssubsidies verwijst dan weer naar het onrechtmatige en onwettige gebruik van het bedrag van een overheidssubsidie voor andere doeleinden dan waarvoor de subsidie werd toegekend. Deze subsidie kan bovendien zijn toegekend door de overheid, een andere publiekrechtelijke rechtspersoon, de Europese Gemeenschap of een andere internationale organisatie.

Bij de toekenning van subsidies - net zoals bij overheidsopdrachten - zijn de bedragen in kwestie, en bijgevolg ook de eventuele aangeboden steekpenningen of gepleegde verduisteringen, vaak erg hoog. En omdat deze subsidies regelmatig worden toegekend in gevoelige sectoren (uit milieu- of sociaal-economisch oogpunt, bijvoorbeeld), is de verduistering ervan des te nadeliger. De schade is dan niet alleen financieel maar ook menselijk, omdat het verduisterde geld niet daar geïnvesteerd kan worden waar dat nochtans noodzakelijk werd geacht.

Fraude bij overheidsopdrachten

Fraude bij overheidsopdrachten, ten slotte, omvat misdrijven of onregelmatigheden gepleegd bij de opstelling, toekenning of uitvoering van met de overheid gesloten contracten voor de aanneming van werken, leveringen en diensten. Dergelijke fraude bestaat met name uit het opstellen en gebruiken van valse documenten, de verstoring van de vrije mededinging, verduisteringen, fraude met de gebruikte kwaliteit of hoeveelheid, enz.

Bovendien blijkt uit een strategische analyse van 2002 dat corruptie regelmatig gebruikt wordt om een overheidsopdrachtenprocedure te vervalsen. Het financiële nadeel dat voortvloeit uit daden van corruptie, zou zo groter zijn in de sectoren waar er veel overheidsopdrachten voorkomen, en nog groter als de bedragen in kwestie erg hoog zijn. Voor de ondernemer, de leverancier of de dienstverlener is corruptie dan ook een manier om het contract in de wacht te slepen of de verhouding tussen de kosten en de winst te verbeteren door diverse onregelmatigheden te plegen bij de uitvoering ervan.

Bijzonderheid van de fenomenen

Al deze misdrijven, omkoping, knevelarij, belangenneming, verduistering, fraude bij overheidsopdrachten of fraude met overheidssubsidies, zijn in meer dan één opzicht bijzonder:

  • Allereerst zijn ze moeilijk af te bakenen. Ze omvatten immers een geheel van problematische gedragingen die - hoewel er sterk over gediscussieerd kan worden op ethisch vlak - niet altijd als onwettig worden beschouwd door de publieke opinie of door de daders zelf. Het begrip corruptie (in de ruime zin van het woord) houdt immers verband met de begrippen ethiek en moraal, en het beeld dat we van deze begrippen hebben, varieert soms sterk van de ene persoon tot de andere, afhankelijk van onze ontwikkeling en mentaliteit. Bovendien beschouwen veel bedrijven corruptie vóór alles als een overlevingsstrategie.
  • Ze zijn ook moeilijk op te sporen. Ze maken immers meestal geen directe fysieke slachtoffers, die de feiten ter kennis kunnen brengen van de overheid. De hoofdfiguren zelf hebben natuurlijk geen enkele reden om het misdrijf zelf te melden. Iedereen heeft er immers voordeel bij en zal dan ook zijn best doen om zijn handelingen geheim te houden. Dergelijke feiten zullen op die manier vaak verschillende maanden of zelfs verschillende jaren voortduren vooraleer ze aan het licht worden gebracht. Dit alles verklaart deels waarom het dark number (met andere woorden het aantal feiten dat de overheid niet kent) erg hoog is met betrekking tot de fenomenen waarvan hier sprake is.
  • Een derde eigenschap is dat het bewijzen van deze misdrijven vaak vervelend werk is. Als de overheid de feiten kent, dan vormt de bewijslast een bijkomende moeilijkheid. Als deze bewijslast immers verzameld kan worden, moet die meestal toch nog gezocht worden door een aanzienlijke stapel documenten te bestuderen, waarvan sommige technisch erg ingewikkeld zijn. Daar moet dan ook veel tijd en bekwaam personeel in geïnvesteerd worden, wat niet altijd mogelijk is. Dat is des te problematischer daar er regelmatig verschillende, min of meer complexe mechanismen zullen worden gebruikt. Een voorbeeld daarvan is de omruilingsverrichting (vorm van overdracht die geen enkel papieren spoor nalaat en dus moeilijk op te sporen is) in het kader van street-level corruption. Of nog, op andere, complexere niveaus, het gebruik van verschillende financiële constructies of diverse boekhoudkundige technieken om de herkomst van het geld te verbergen (bijvoorbeeld het gebruik van schermvennootschappen, het creëren van 'geheime fondsen', het opstellen van valse facturen, enz.). Sommige daders doen ook een beroep op tussenpersonen om het voorstel te formuleren of de steekpenningen te overhandigen.
  • De daders van dergelijke misdrijven behoren bovendien tot een heel bijzondere categorie. De handelingen waarvan hier sprake is, kunnen zich immers voordoen op alle machtsniveaus, in om het even welke sector van de maatschappij. De daders zijn vaak heel anders dan het klassieke stereotype van de misdadiger. Zo gaat het meestal om personen die maatschappelijk goed geïntegreerd zijn en bij de publieke opinie een goede reputatie genieten (hoge ambtenaar, directeur van een gerenommeerd bedrijf, invloedrijk politiek figuur, enz.), of zelfs wettelijke immuniteit hebben in hun eigen land.
  • De kosten van dergelijke misdrijven liggen op verscheidene niveaus en kunnen verschillen. Soms kunnen ze immers het bedrag van de betaalde steekpenningen of verduisterde gelden heel sterk overschrijden. Als, bijvoorbeeld in het kader van de overheidsopdrachten, de ambtenaar die de uitvoering van het contract moet controleren, de ogen sluit voor de kwaliteit van de gebruikte materialen of geleverde producten, kan het volledige contract daardoor ongeldig worden. Het nadeel voor het bestuur is dan gelijk aan de waarde zelf van het contract. Bovendien kunnen er, naast geld, voordelen in natura worden aangeboden of verduisterd. Het kan gaan om maaltijden op restaurant, voertuigen, elektronische of informatica-apparaten, juwelen, verhandelbare waardepapieren, gebouwen, de uitvoering van privéwerkzaamheden, reizen, bevorderingen, en zelfs voordelen van seksuele aard.

OCRC

Impact van de fenomenen

Ten slotte wijzen we erop dat de impact van deze verschillende fenomenen op onze samenleving zich op verschillende niveaus kan doen voelen:

  • Op politiek niveau, doordat de betrokken instellingen of besturen in diskrediet worden gebracht. Dat leidt niet alleen tot minder vertrouwen van het publiek in deze instellingen of besturen, maar ook tot een afbrokkeling van de reputatie van het land in het buitenland.
  • Op democratisch niveau wordt afbreuk gedaan aan het gelijkbeginsel. Corruptie en aanverwante misdrijven schaden in grote mate de ethische waarden van de samenleving. Het is in eerste instantie de gemeenschap in haar geheel die de gevolgen ondergaat van het gebrek aan integriteit van de vertegenwoordigers van het bestuur, door de schending van de fundamentele democratische principes. In het uiterste geval zou de veralgemening van een dergelijk systeem de deur openzetten voor allerlei afwijkende gedragingen.
  • Op economisch niveau zouden, doordat de getroffen sectoren in diskrediet werden gebracht, vooral buitenlandse investeerders er kunnen voor terugdeinzen om hun eigen geld in onze economie te pompen. Vooral in het kader van de overheidsopdrachten zouden bedrijven die niet wensen deel te nemen aan het systeem, het risico lopen geen enkel contract in de wacht te slepen, waardoor ze onvermijdelijk failliet zouden gaan.
  • Op maatschappelijk niveau zouden de faillissementen van eerlijke vennootschappen tot uiterst precaire situaties kunnen leiden voor de werknemers die hun werk hebben verloren. Bovendien, aangezien tal van beschuldigde bedrijven omkoping beschouwen als een overlevingsstrategie, mag het risico dat er een echte omkopingscultuur ontstaat, niet verwaarloosd worden.
  • Op het gebied van openbare veiligheid kan corruptie bijvoorbeeld leiden tot een slechte kwaliteit van de gebruikte materialen of van de verkregen producten, of tot de onwettige uitreiking van documenten (identiteitsdocumenten bijvoorbeeld), met alle gevolgen van dien.

De daders van dergelijke feiten stapelen zo de onethische gedragingen op, plegen omkoping en gebruiken hun invloed, waardoor er onder andere problematische politieke, sociale of economische toestanden ontstaan. Ze proberen zichzelf te verrijken ten nadele van het algemeen belang.

Wetgeving

Corruptie

In België, wordt corruptie geregeld door het strafwetboek, dat aangepast werd door de wet van 10 februari 1999 betreffende de bestraffing van corruptie (die op zich recentelijk is gewijzigd door de wet van 11 mei 2007). Meer precies, de artikelen 246 en volgende van het strafwetboek betreffen de openbare corruptie, en de artikelen 504bis en volgend van het strafwetboek betreffen de private corruptie.

Op internationaal vlak hebben verschillende verdragen betrekking op corruptie:

  • Het Verdrag inzake de strafrechtelijke bestrijding van corruptie (Raad van Europa, 27 januari 1999).
  • Het Burgerlijk Verdrag inzake corruptie (Raad van Europa, 4 november 1999).
  • Het Verdrag inzake de bestrijding van corruptie van buitenlandse ambtenaren in internationale zakelijke transacties (OESO, 17 december 1997).
  • De Overeenkomst ter bestrijding van corruptie waarbij ambtenaren van de Europese Gemeenschappen of van de lidstaten van de Europese Unie betrokken zijn (Raad van de Europese Unie, 26 mei 1997).
  • Het Verdrag tegen de corruptie (Verenigde Naties, 31 oktober 2003).

De 4 eerste verdragen werden door ons land geratificeerd. Ze zijn dus van toepassing in het Belgische recht. Momenteel maakt de ratificatie van de VN-Overeenkomst het voorwerp uit van een wetsontwerp.

Deontologie

Knevelarij, belangenneming en verduistering door ambtena(a)r(en)

Deze inbreuken, die verband houden met corruptie, worden geregeld door het strafwetboek, zoals gewijzigd door de wet van 10 februari 1999 betreffende de bestraffing van corruptie (meer precies de artikelen 240 en volgende van het strafwetboek).

Fraude bij overheidsopdrachten

De geldende wetgeving inzake fraude bij overheidsopdrachten is erg complex en omvangrijk. De belangrijkste teksten met betrekking tot deze materie zijn:

  • De wet van 15 juni 2006 betreffende de overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten (B.S., 15 februari 2007).
  • Het koninklijk besluit van 15 juli 2011 plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren (B.S., 9 augustus 2011 (ed.1)).
  • Het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten en van de concessies voor openbare werken (B.S., 14 februari 2013 (ed.1), err., B.S., 26 maart 2013 (ed.2)).

Bovendien wijzen we erop dat « er bestaat een strafrechtelijke bepaling die specifiek van toepassing is op overheidsopdrachten. Het gaat om artikel 314 van het strafwetboek, dat diegenen bestraft die, op welke manier dan ook, de vrijheid van opbod of van inschrijving hebben belemmerd. Onder deze bepaling vallen de vooraf gemaakte afspraken tussen ondernemers, met of zonder de medeplichtigheid van leden van de administratie. » [Corruptie en overheidsopdrachten, Federale politie, FGP Luik, Afdeling Financiële onderzoeken, Team Corruptie & Overheidsopdrachten, Atrium News n°8, juni 2007]

Subsidiefraude

Fraude met overheidssubsidies wordt in het Belgische recht hoofdzakelijk vervolgd op basis van de wet van 7 juni 1994, die wijzigingen aanbracht in het koninklijk besluit van 31 mei 1933 betreffende de verklaring te doen in verband met subsidies, vergoedingen en toelagen van elke aard, die geheel of gedeeltelijk ten laste van de Staat zijn.

Op Europees niveau wordt deze materie geregeld door de Overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen (Raad van de Europese Unie, 26 juli 1995).

Partners

De diverse partners van de CDBC zijn:

De andere diensten van de Centrale directie van de bestrijding van de zware en georganiseerde criminaliteit

In specifieke gevallen, vooral bij grootschalige operaties, kan de CDBC geholpen worden door collega's van andere diensten van de Centrale directie van de bestrijding van de zware en georganiseerde criminaliteit, in het bijzonder door collega's van de Centrale Dienst voor de Bestrijding van de Georganiseerde Economische en Financiële Delinquentie (CDGEFID). In bepaalde gevallen is het ook de CDBC zelf die dergelijke ondersteuning biedt aan CDGEFID.

Bovendien helpt de Federal Computer Crime Unit (FCCU) de CDBC regelmatig bij huiszoekingen in computeromgevingen, vooral bij overheidsbesturen. De geautomatiseerde gegevens worden daarna in een onmiddellijk bruikbare opmaak ter beschikking gesteld van de rechercheurs.

Daarnaast kan de Centrale Dienst voor de Bestrijding van Valsheden (CDBV) ook ondersteuning bieden in de vorm van expertise als er valse documenten worden ontdekt (wat erg vaak gebeurt).

Ten slotte levert de Federal Unit against Swindling and for Economic and Financial Documentation (FUSE) ondersteuning bij het beheer van de gerechtelijke documentatie.

De andere diensten van de federale politie

De onderzoeken naar corruptie, verduistering, fraude bij overheidsopdrachten of fraude met overheidssubsidies zijn geen exclusiviteit van de CDBC. Dergelijke onderzoeken kunnen immers ook uitgevoerd worden door de gedeconcentreerde gerechtelijke directies (FGP's) in de arrondissementen, die vaak een ecofinafdeling hebben.

Er kunnen zich dan twee situaties voordoen: ofwel wordt het onderzoek autonoom uitgevoerd door de CDBC of door een FGP, ofwel wordt het gezamenlijk uitgevoerd, waarbij de ene het dossier behandelt en de andere ondersteuning biedt.

Deze ondersteuning kan bestaan uit assistentie op technisch vlak (bijvoorbeeld bij dossiers over fraude bij overheidsopdrachten) of op het gebied van personeel (zowel voor een langlopend onderzoek als voor gerichte acties). In sommige gevallen kan een onderzoek, geopend door een FGP, ook volledig worden overgenomen door de CDBC, bijvoorbeeld omwille van het delicate karakter.

Er dient daarenboven opgemerkt te worden dat er Service Level Agreements (SLA's) werden gesloten tussen de CDBC en een aantal FGP's (momenteel Hasselt, Namen, Dinant, Eupen en Turnhout). Krachtens deze overeenkomsten beloven de partijen vooral nauwer samen te werken in de strijd tegen de corruptie.

Als bepaalde daders politiemensen zijn, kan het onderzoek bovendien gevoerd worden in samenwerking met de Algemene inspectie van de federale politie en van de lokale politie (AIG) of met het Vast Comité van Toezicht op de politiediensten (Comité P).

De diensten van de lokale politie

Hoewel een dergelijke samenwerking niet uitgesloten is, is de belangrijkste gesprekspartner van de lokale politie op het gebied van corruptie de FGP van het betreffende gerechtelijk arrondissement. Deze FGP kan de vraag of de informatie eventueel doorspelen aan de CDBC.

De buitenlandse politiediensten

Bij internationale dossiers (in het bijzonder betreffende de Europese instellingen) is de samenwerking met de buitenlandse politiediensten essentieel, vooral voor de internationale rogatoire commissies die eventueel moeten worden uitgevoerd.

Daarenboven heeft onze dienst er zich toe verbonden om opleidingen te verstrekken aan de buitenlandse gespecialiseerde diensten. Zo heeft onze dienst in 2006 (in samenwerking met de Duitse diensten) in het bijzonder bijgedragen tot de oprichting van een anticorruptiedienst in Polen.

De magistratuur (parket en onderzoeksgerecht)

De meeste onderzoeksopdrachten die toevertrouwd worden aan de CDBC, komen van de magistratuur. Daarom moet er absoluut een evenwichtig partnership bestaan tussen deze actor en deze dienst. Bovendien is er een federale magistraat die bevoegd is om toezicht te houden op de werking van de CDBC.

Het Europees Bureau voor Fraudebestrijding (OLAF)

Door de aanwezigheid van de Europese instellingen in Brussel wordt de CDBC elk jaar belast met verscheidene onderzoeken naar misdrijven gepleegd door Europese ambtenaren. De CDBC werkt dan ook nauw samen met het Europees Bureau voor Fraudebestrijding (OLAF). Het is immers vaak een administratief onderzoek van OLAF dat aanleiding geeft, op vraag van een Belgische magistraat, tot het gerechtelijk onderzoek van de CDBC.

De Dienst voor het Strafrechtelijk Beleid

Deze dienst, die deel uitmaakt van de Federale Overheidsdienst (FOD) Justitie, speelt een rol bij de ontwikkeling van het strafrechtelijk beleid. Specifieke samenwerking met de CDBC is niet uitgesloten, in het bijzonder met betrekking tot het uitwerken van de prioriteiten of statistieken.

Het Bureau voor Ambtelijke Ethiek en Deontologie

Dit bureau, dat deel uitmaakt van de Federale Overheidsdienst (FOD) Budget en Beheerscontrole, speelt een rol op het gebied van de preventie van corruptie bij de overheidsdiensten, in samenwerking met de CDBC.

De interne auditdiensten binnen de verschillende besturen

Sommige besturen beschikken over interne auditdiensten die administratieve onderzoeken kunnen voeren. Als daaruit onregelmatigheden blijken, kan dit aanleiding geven tot een gerechtelijk onderzoek.

Diverse internationale organisaties en instellingen

In specifieke gevallen moet de CDBC deelnemen aan conferenties of zijn medewerking verlenen aan diverse internationale organisaties of instellingen: Europese Unie (EU), Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), Groep van Staten tegen Corruptie (GRECO), Transparency International (TI), International Criminal Police Organization (INTERPOL), enz.

Vertegenwoordigers van de overheid of van de privésector

Deze kunnen een grote hulp bieden op het gebied van ethisch ondernemen, de beeldvorming over het fenomeen corruptie en de opsporing van de feiten.

Bovendien bepaalt het artikel 29 §1 van het wetboek van strafvordering dat « Iedere gestelde overheid, ieder openbaar officier of ambtenaar die in de uitoefening van zijn ambt kennis krijgt van een misdaad of van een wanbedrijf, is verplicht daarvan dadelijk bericht te geven aan de procureur des Konings bij de rechtbank binnen wier rechtsgebied die misdaad of dat wanbedrijf is gepleegd of de verdachte zou kunnen worden gevonden, en aan die magistraat alldesbetreffende inlichtingen, processen-verbaal en akten te doen toekomen. »

Contact

mail: DJSOC.CDBC-OCRC.Perm@police.belgium.eu