Aanpak van de prioritaire fenomenen

De federale gerechtelijke politie is slechts een schakel in de veiligheidsketen. We streven daarom permanent naar afstemming met de andere actoren zowel voor het algemene beleid als voor concrete acties.

Ondermeer door het opstellen en uitvoeren van projecten en door een professionele aanpak proberen we de prioriteiten die door de overheid werden bepaald te realiseren.

De strategische cyclus

De aanpak van de onveiligheid is een gedeelde maatschappelijke verantwoordelijkheid.

Veiligheid belangt iedereen aan : politie, overheden, verenigingen, de privé-sector, maar ook de individuele burger. Vanuit die gedachte ontwerpen de ministers van Binnenlandse Zaken en Justitie samen met hun collega's een kadernota integrale veiligheid. Deze bepaalt de te varen koers en coördineert een gezamenlijke aanpak tussen de verschillende FOD die zich, moeten richten op dezelfde doelstellingen.

Op basis van deze kadernota integrale veiligheid maar ook op basis van de algemene visie van de geïntegreerde politie (de excellente politiezorg), het criminaliteitsbeeld, diverse studies en analyses, bevragingen en wensen van de verschillende partners, stelt de federale politie een nationaal veiligheidsplan voor. Dit plan wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de ministers en bepaalt voor de geïntegreerde politie de prioriteiten en doelstellingen.

Het nationaal veiligheidsplan bepaalt welke criminele fenomenen een prioriteit vormen voor de geïntegreerde politie.

Als leden van de politie moeten we elk veiligheidsprobleem op een kwaliteitsvolle manier behandelen. Aangezien er onvoldoende middelen zijn om elk fenomeen met evenveel engagement aan te pakken, worden door de bevoegde autoriteiten sociaal verantwoorde keuzes gemaakt. In die zin bepaalt het nationaal veiligheidsplan de prioritaire criminele fenomenen die de geïntegreerde politie samen met talrijke andere partners moet bestrijden op lokaal, nationaal en internationaal niveau.

Het nationaal veiligheidsplan is een gids voor het werk van alle politiediensten. Het moet zorgen voor de uitwerking, de toepassing, de opvolging en de grondige evaluatie van maatregelen in de strijd tegen de onveiligheid. Deze maatregelen worden voortdurend gecontroleerd op hun kwaliteit en, waar nodig, worden aangepast. Dit gebeurt in een voortdurende cyclus die gebaseerd is op het breed aanvaard EFQM (European Foundation for Quality Management) managementmodel.

Tussen 2012 en 2015 zullen de volgende criminaliteitsfenomenen door de geïntegreerde politie prioritair worden behandeld:

  • de diefstallen gewapenderhand;
  • het geweld in de publieke ruimte, in het bijzonder op het openbare vervoer
  • en door stadsbendes;
  • de drugs, in het bijzonder de import en de export van Georganiseerde, polycriminele dadergroepen (pdf, 38 KB) actief in meerdere van deze criminaliteitsfenomenen vereisen een projectmatige, proactieve dader(groep) gerichte aanpak.

    De aanpak van deze prioritaire criminaliteitsfenomenen

    Alle geledingen van de politie zullen deze prioritaire criminaliteitsfenomenen en aandachtspunten ter harte nemen. Dit impliceert dat ze allemaal in de veiligheidsplannen van alle entiteiten van de politie moeten worden hernomen. Op basis van een gedegen veiligheidsbeeld en in samenspraak met alle partners zullen de diverse autoriteiten hun plannen opmaken en de veiligheidsproblemen aanpakken.

    Ook de bevoegde overheden op arrondissementeel en/of lokaal niveau kunnen, op basis van hun veiligheidsbeeld, eigen aanvullende prioriteiten vooropstellen.

    De lokale en de federale politie zullen in partnerschap handelen voor alle prioritaire criminaliteitsfenomenen. De lokale politie zal zich echter eerder richten op de minder georganiseerde criminaliteitsfenomenen, terwijl de federale politie vooral de meer georganiseerde vormen en/of de feiten gepleegd door georganiseerde en/of rondtrekkende dadergroepen voor haar rekening neemt.

    De federale politie zal voor de georganiseerde prioritaire criminaliteitsfenomenen een programma (art 95 WGP) opmaken. De lokale en de federale politie zullen met die programma's rekening houden bij de redactie en de uitvoering van hun actieplannen. Iedereen zal daarbij bijzondere aandacht schenken aan het inwinnen van informatie, de beeldvorming, de kwetsbare doelwitten en de dadergroepen.

    Bijkomende aandachtspunten

    Naast de aangegeven kwetsbare entiteiten van de prioritaire criminaliteitsfenomenen, zal de politie, volgens de lokale omstandigheden, rekening houden met de in het NPVB (Nationaal Politioneel VeiligheidsBeeld) 2011 geïdentificeerde bijkomende plaatsen die kwetsbaar zijn voor meerdere criminaliteitsfenomenen, meer bepaald het openbaar vervoer, de recreatiedomeinen en de toeristische trekpleisters, de grote evenementen en plaatsen van grote toeloop.

    In dit kader zal de criminaliteit in de grootsteden (o.a. in Brussel) een bijzondere aandacht krijgen. Coördinatie en expertise-uitwisseling tussen de grootsteden zullen versterkt worden en een bijzondere aandacht zal eraan worden besteed in termen van aanwezigheid van politie en stadswachten. Deze actoren zullen aandacht besteden aan het zo veel mogelijk beteugelen van overlast en het terugdringen van alle mogelijke inbreuken die er worden vastgesteld, waaronder de aantasting van en het geweld tegen personen. Ook de beveiliging van het openbaar vervoer is een belangrijke doelstelling, meer bepaald in de stations en de metro's waar de aanwezigheid van de politie versterkt moet worden.

    De strategische plannen, de programma's en projecten

    De Algemene directie van de gerechtelijke politie baseert zich op het nationaal veiligheidsplan voor de planning van haar werkzaamheden.

    Het centraal niveau vertaalt het plan door het opstellen en uitvoeren van programma's. Op niveau van het arrondissement worden de prioriteiten aangepakt via projecten. Deze werkwijze vereist uiteraard een permanent overleg tussen alle betrokkenen waarbij ze allen werken aan een zelfde einddoel.

    De programma's uitgewerkt door de centrale diensten omvatten alle preventieve en repressieve activiteiten voor de aanpak en de opvolging van de veiligheidsfenomenen.

    De grondige aanpak van criminele fenomenen vereist langdurige en multidisciplinaire inspanningen. Binnen de programma's wordt permanent de evolutie en de regionale spreiding van het fenomeen opgevolgd (beeldvorming) en wordt er voortdurend gewerkt aan het verbeteren van de bestrijdingmethodes waarbij de internationale dimensie zeker niet uit het oog mag worden verloren.

    Elk programma coördineert ook de aanpak van het fenomeen binnen de geïntegreerde politie en zorgt voor een goede ondersteuning van de diensten op het terrein. Belangrijk hierbij is dat goed wordt bepaald hoe de noodzakelijke informatie wordt opgespoord, verwerkt, bewaard en opnieuw verspreid. Ook wordt gedacht aan de communicatie naar een breed publiek, van bijvoorbeeld preventietips, maar ook van successen in de strijd tegen de criminele organisaties.

    Als het kan, zullen voorstellen voor een betere gewestelijke of federale regelgeving worden gecommuniceerd.

    De projecten op arrondissementeel niveau worden ontwikkeld met het oog op de preventie, detectie, beteugeling en terugdringing van de problemen in het arrondissement.

    Bij de keuze van de fenomenen die op arrondissementeel niveau projectmatig moeten worden aangepakt, houden de gedeconcentreerde gerechtelijke directies rekening met de prioriteiten van het nationaal veiligheidsplan, met het beleid van de procureur des Konings, met de aard van de criminaliteit in het arrondissement en met de doelstellingen opgenomen in de plannen van de lokale politie.

    Deze projecten zijn het resultaat van gezamenlijk overleg tussen de gerechtelijk directeur, de bestuurlijke directeur-coördinator, de korpschefs van de politiezones in het arrondissement en de procureur des Konings. Ze optimaliseren en harmoniseren de acties van elk van deze actoren met als doel de omvang van het fenomeen in het arrondissement terug te dringen. In deze projecten is er zowel aandacht voor preventie, de opsporing van misdrijven en de zorg voor de slachtoffers.

    Elk project mondt uit in actieplannen die een periode bestrijken van één tot vier jaar en die een reeks maatregelen en activiteiten omschrijven die ervoor moeten zorgen dat de doelstellingen worden bereikt. De gespecialiseerde onderzoekers zijn betrokken bij de uitwerking van deze actieplannen, maar zijn ook medeverantwoordelijk voor de uitvoering ervan. Deze plannen worden permanent opgevolgd en geëvalueerd zodanig dat ze tijdig kunnen worden bijgestuurd indien dit nodig blijkt.

    De lokale politiezones van hun kant ontwerpen elk een zonaal veiligheidsplan (ZVP) dat rekening houdt met de prioriteiten van het nationaal veiligheidsplan, maar ook met de in het arrondissement ontworpen projecten.

    De politiediensten in een arrondissement hebben verschillende opdrachten en verwachtingen. Ze stemmen hun veiligheidsaanpak af op elkaar, en coördineren de strijd tegen de criminaliteit en bieden elkaar de nodige steun.