Rechercheur Hans J. Russelle (55) schrijft allereerste misdaadroman
De liefde, de misdaad en een vleugje humor. Het zijn de drie hoofdingrediënten van het eerste boek van Hans J. Russelle. De kersverse auteur is zelf rechercheur en combineerde zijn eigen levensverhaal met fantasierijke hersenspinsels. Het resultaat volgt het leven van Jack Deleyn en enkele boeiende nevenpersonages. “Ik heb een aantal beklijvende dingen meegemaakt. Dit boek schrijven werkte louterend.”
Hans J. Russelle zag zelf 55 jaar geleden het levenslicht in Veurne. “Ik groeide op in Diksmuide in een arbeidersgezin en droomde als tiener eigenlijk van een carrière bij het leger”, blikt hij terug. Als enige zoon des huizes, met prima schoolresultaten op zak, drongen zijn ouders evenwel aan op hogere studies. “Ik volgde twee jaar de opleiding vertaler-tolk, maar zocht uiteindelijk toch mijn eigen weg naar het leger.” Van Defensie ging het 25 jaar geleden naar de politie, waar Hans tot op vandaag aan de slag is. “Ik heb 20 jaar als rechercheur gewerkt, tot ik enkele jaren geleden de dienst intern toezicht ging bemannen. Al ben ik officieel nog altijd rechercheur. In al die jaren vol politionele onderzoeken heb ik zo wel mijn portie criminaliteit gezien.”
Heb je die dossiers in ‘Steek angst in je vijand’ verwerkt?
“Ik heb uit die vele onverwachte en spannende dingen zeker ideeën gehaald, maar ik heb uiteraard geen bestaande zaken gebruikt. Het boek is gebaseerd op mijn werk als rechercheur, in combinatie met het mooie liefdesverhaal dat ik heb geschreven met mijn vrouw Annette. We leerden elkaar kennen in 2002, zoals Jack en Rachel in het boek. We waren allebei gescheiden en voelden al snel dat het goed zat. Ik had toen een zoon van 9 en Annette twee dochters van 12 en 16 jaar. We hadden het geluk dat ze meteen een unieke band met elkaar ontwikkelden, want kinderen maken of kraken een relatie. Er zijn ondertussen ook al drie kleinkinderen. (glimlacht)”
“Dit boek is zeker geen autobiografie, maar het fictieverhaal heeft voor ons een zekere herkenbaarheid. Dat maakte het voor mij ook makkelijker om een bepaalde verhaallijn te volgen. (mysterieus) Enkel Annette en ik weten waar de realiteit eindigt en de fictie begint. Dit is trouwens een ons-verhaal. Annette is mijn muze. Het is dankzij haar dat dit boek er is gekomen. Wij lachen heel veel. Er is nooit een saai moment in ons leven.”
Wat wil je vooral vertellen met je boek?
“Ik wil het spannende aspect van een leven als rechercheur koppelen aan het gewone leven. In veel andere misdaadromans zijn de hoofdpersonages getormenteerde politiemensen. Ze zitten aan de drank of de drugs en ze zijn doodongelukkig. Ik heb bewust gekozen voor een portie feelgood. Het hoofdpersonage is een gewone mens, met wie je als doordeweekse buurman gewoon zou kunnen keuvelen. Een rechercheur kan ook gewoon in een hondendrol stappen of met een badhairday worstelen. Er zit een flinke portie humor in het boek. Ik spreek zo verschillende doelgroepen aan. Mensen kunnen zichzelf erin herkennen.”
Waarom ben je vandaag eigenlijk geen rechercheur meer?
“Toen ik 50 werd, was het voor mij goed geweest. Ik ben jarenlang één week op vier van wacht geweest. Dan hang je dag en nacht aan een touw en dat begint op den duur te wegen. Ik heb zo ook wel een aantal zaken gemist in mijn gezin. Er is ook een periode geweest dat ik in de supermarkt herkend werd door mensen die ik nog in de cel had gestopt. Pas op, soms zat daar ook een positieve reactie tussen. Het merendeel van de misdadigers hervalt in criminaliteit, maar als je dat ene schaapje hebt kunnen redden die heeft geleerd uit zijn fouten, dan heb je een goede zaak gedaan. Ik heb geen sympathie voor iemand die een misdrijf pleegt, maar soms wel empathie.”
“Ik heb heel wat erge dingen gezien en gehoord tijdens mijn job, maar ik ben er niet aan onderdoor gegaan. Zo zijn er wel anderen. Annette en ik genieten van de kleine dingen in het leven, van de natuur, onze hondjes en elkaar. Dit boek heeft er ook voor gezorgd dat ik bepaalde zaken van mij heb kunnen afschrijven. Tijdens het herlezen was ik van bepaalde passages verrast dat ik ze had geschreven. Wanneer je schrijft, bekijk je jezelf vanuit een andere invalshoek. Dat vond ik fijn en werkte heel louterend. Ik heb mezelf beter leren kennen.”
Wanneer is het idee voor een misdaadroman er gekomen?
“Negen jaar geleden had ik al een eerste poging ondernomen om een boek te schrijven. Het idee heeft altijd al ergens in mijn hoofd gesluimerd. Ik ben dol op taal. De kracht van het woord valt niet te onderschatten. Een boek is ook zoveel sterker dan om het even welk visueel medium. Je moet uit je eigen fantasie putten. Ik zie Jack zelf op een andere manier dan een lezer hem zal zien.”
“Vorig jaar vond ik bij toeval mijn stukken van negen jaar geleden terug. Ik vond die eigenlijk niet goed, heb er een streep doorgetrokken, en ben opnieuw begonnen. Toen ben ik in een soort trance beland. Zo erg dat Anette mij er bij momenten moest komen uithalen. Ik had zo’n flow nooit eerder ervaren. Ik ben altijd al vrij vlot geweest, maar nu kwam het verhaal heel snel. Corona is een duivels iets, maar voor mij kwam het toch als een godsgeschenk. Ik had plots een pak vrije tijd om te schrijven.”
Waar droom je van als schrijver?
“The sky is the limit. Aspe heeft miljoenen boeken verkocht, maar hij is destijds ook met een allereerste begonnen. Geen enkele afbreuk aan zijn werk, integendeel, maar wat hij kan, kan ik misschien ook. Waarom niet? Ik kan het toch proberen? Ik heb geluk dat we veel mensen kennen, zowel binnen als buiten de politie, die het boek al willen ontdekken. Ik heb iemand gevonden die eventueel bereid is om het boek te vertalen in het Frans, en we zouden graag onze pijlen ook richten op de Engelse markt. En als het nodig is, dan vinden we wel een Spaanse tolk ook. (lacht)”
“Ik besef wel dat ik eerst moet stappen vooraleer te willen lopen. Maar dromen van een verfilming of een serie van mijn werk: waarom niet? Je mag zo’n zaken nooit uitsluiten. Het moét allemaal niet, hé. Ik ben nu al zo fier dat iemand mijn werk wil uitgeven. Wij leven altijd volgens het credo: que sera, sera. Je moet je lotsbestemming volgen. Er is een reden dat ik vorig jaar ben begonnen met schrijven, dat het werk in juni af was en er toen een uitgever zei: that’s it. De timing is ideaal. Ik ben in de herfst van mijn politiecarrière. Binnen een handvol jaar is het einde verhaal op dat vlak. In een ideale wereld heb ik dan een andere uitdaging om verder aan te bouwen. Ik ben nu al volop bezig aan een vervolg. Ik heb nog zoveel ideeën en fantasie voor andere boeken. Een voltijds bestaan als schrijver lijkt me geweldig. Die uitdaging heb ik ook nodig in mijn leven.”
Steek angst in je vijand
Anno 2002. Sinds zijn echtscheiding lukt het Jack Deleyn goed om zijn werk te combineren met de deeltijdse opvoeding van zijn zoon Sammy. Samen met Axel Simoens vormt hij een onafscheidelijk rechercheduo bij de lokale politie. Rachel, ook gescheiden, woont in Knokke-Heist met haar twee tienerdochters Juliette en Jennifer. Ook zij krijgt langzaam haar leven terug op de rails na een woelige periode. Het lot, een beetje geluk en een toevallig radiospotje voor een datingsite brengt hen samen. Het begin van een spannende relatie. Wanneer het nichtje van de Procureur het slachtoffer wordt van een drieste roofoverval, gaan Jack en Axel op jacht naar de meedogenloze crimineel Bogdan Petrov, alias de Bulgaar. Maar is hij wel de dader? En wat als de prooi de rollen ineens omkeert en zelf op jacht gaat, waarbij niemand nog veilig is? Steekt hij de angst in zijn vijand? En kan de liefde dat alles ook wel overwinnen?
Meer info: www.facebook.com/RusselleBooks