Reeks 'Het ga je goed' met Patrick Pauwaert
Hoofdinspecteur Patrick Pauwaert (60) gaat na een politieloopbaan van 37 jaar met pensioen bij de lokale politie Damme/Knokke-Heist. In de reeks Het ga je goed wuiven we onze vaste waarde een laatste keer uit. In het interview praten we over zijn loopbaan, de dienst Jeugd, Gezin en Slachtofferzorg en zijn liefde voor de koersfiets.
Waarom koos je voor het politieberoep?
Geen haar op mijn hoofd dacht er op achttienjarige leeftijd aan om politieman te worden. (lacht) Ik werkte eerst enkele jaren in de privésector als metaalarbeider, maar daar zat weinig toekomst in. Daarom nam ik deel aan de examens voor de politie, de brandweer en de NMBS. Ik slaagde voor de politieproeven en ging in januari 1984 aan de slag als agent bij de gemeentepolitie van Knokke.
Hoe verliep je opleiding?
Ik was niet de beste student. (knipoogt) Het was aanpassen om opnieuw op de schoolbanken te zitten. Ik bracht twee jaar in de West-Vlaamse Politieschool (WPS) door en wisselde de schooldagen af met het werk als agent. Enkele jaren later volgde ik nog het derde jaar voor officier van gerechtelijke politie, maar ondertussen zat ik niet stil. Ik ben getrouwd en heb ons huis verbouwd. (trots)
Wat waren je eerste opdrachten bij de gemeentepolitie?
Het was belangrijk dat ik de bevolking en gemeente goed leerde kennen. Als agent trokken we te voet de baan op en deden we vooral verkeersopdrachten. Wanneer enkele oudere collega’s doorschoven naar een andere functie, kreeg ik de kans om interventiewerk te doen. Na vijf jaar was dat ook als medewerker van een wachtofficier.
Wanneer ging je aan de slag als hoofdinspecteur?
Ik startte in 1996 als wachtofficier. Een ploegchef heeft volgens mij de moeilijkste functie in de organisatie, want hij staat steeds tussen twee vuren: de korpsleiding en de mensen van zijn team.
Met de komst van de geïntegreerde politie kreeg ik de kans om de stap te zetten naar de sociale dienst. De dienst evolueerde na de politiehervorming snel naar een team met vier leden en kreeg ook een nieuwe naam: de dienst Jeugd, Gezin en Slachtofferzorg (JGS).
Welk dossier bleef je de voorbije jaren bij?
Er zijn anekdotes genoeg, maar die zijn meestal tragisch. De dienst JGS staat onder meer in voor het brengen van slechtnieuwsmeldingen. Een van mijn eerste tussenkomsten was na een zwaar verkeersongeval in een andere politiezone. Er waren ook twee jongemannen uit Knokke-Heist betrokken. Een van de mannen overleefde het ongeval niet. Ik vergeet die slechtnieuwsmelding nooit.
Je draagt veel met je mee, maar beseft ook hoe goed je eigen gezin het heeft. Ik bracht bij de dienst JGS bijna de helft van mijn loopbaan door en heb altijd geprobeerd de mensen te helpen. Je hebt natuurlijk geen glazen bol, en soms lukt het niet om iemand op het juiste pad te brengen. Als je iemand met zelfdodingsgedachten probeert te helpen, maar die stapt toch uit het leven dan draag je dat mee.
Heb je nog een tip voor de nieuwe lichting?
Het is een prachtige job waarbij je veel mensen kan helpen. Blijf daarom altijd ‘mens’ onder de mensen en toon begrip. Je kan op verschillende manieren tussenkomen of iemand bestraffen. Leer niet alleen de inwoners, maar ook de politiezone goed kennen. Je verliest belangrijke tijd als je bij een dringende tussenkomst nog eerst het adres in de gps moet intikken. Blijf ook realistisch en weet wat je wel of niet kan. Mij moest je niet vragen een dossier rond cybercrime te voeren, maar iemand die niet overweg kan met zijn eigen emoties moet ook geen slechtnieuwsmeldingen doen.
Wat brengt de toekomst?
Ik hoop gezond te blijven en nuttig bezig te zijn. Mijn kinderen wonen niet langer thuis en hebben in hun woning af en toe een klusjesman nodig. Ik ben niet de handigste harry, maar kan wel iets. (knipoogt) Mijn moeder en schoonouders wonen nog zelfstandig thuis en kunnen regelmatig ook wat hulp of een chauffeur gebruiken.
Ik fiets graag en veel. In mijn tienerjaren was ik een amateurwielrenner en deed ik mee aan wedstrijden. Er zat geen toekomst als profwielrenner in, maar ik heb er altijd van genoten. Ik ben nog steeds aangesloten bij enkele fietsgroepen en trek er ook op uit met oud-collega’s. Het moet natuurlijk wel gezond blijven. Het draait niet rond prestaties en we maken ook tijd voor een terrasje. (lacht)