De geïntegreerde politie

De Lokale Politie is één van de twee pijlers van de Belgische politie sedert de Wet van 07/12/1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus. De andere pijler is de Federale Politie.

Het lokale niveau bestaat uit lokale politiekorpsen die elk in hun eigen district, “politiezone”, werken. Het federale niveau wordt de federale politie genoemd. Beide niveaus zijn autonoom en hangen van verschillende overheden af, maar ze werken nauw samen en zijn complementair. Er bestaan geen enkele hiërarchische band tussen hen beiden. Ze verstrekken samen de geïntegreerde politiezorg.

Samenstelling en werking
De lokale politie is samengesteld uit 195 politiezones, verdeeld over het gehele grondgebied. De korpsen zijn ontstaan uit de samenvloeiing van de ex-gemeentepolitie en de exterritoriale brigades van de rijkswacht. 50 Politiekorpsen vallen samen met het grondgebied van één stad of gemeente (ééngemeentezone) en 145 anderen bestrijken meerdere steden en/of gemeenten (meergemeentenzones).

Elk lokaal politiekorps staat onder leiding van een Korpschef, verantwoordelijk voor de uitvoering van het lokale politiebeleid. Hij verzekert de leiding, de organisatie en de verdeling van de taken in het korps. Hij oefent deze activiteiten uit onder het gezag van de Burgemeester (ééngemeentezones) of onder het gezag van het Politiecollege (meergemeentenzones). Dit Politiecollege is samengesteld uit de Burgemeesters van de verschillende steden of gemeenten van de politiezone.

De lokale politie verzekert op het lokale niveau de basispolitiezorg, meer bepaald alle opdrachten van bestuurlijke en gerechtelijke politie die nodig zijn voor het beheren van de lokale gebeurtenissen en fenomenen die zich voordoen op het grondgebied van de politiezone.
De basispolitiezorg omvat de uitvoering van zeven taken: wijkwerking, onthaal, interventie, politionele steun aan slachtoffers, lokale recherche, ordehandhaving en verkeersveiligheid.

De federale politie voert, over het gehele grondgebied, de taken uit van gerechtelijke en bestuurlijke politie in gespecialiseerde domeinen of wanneer de fenomenen het lokale niveau overstijgen.
Ze oefent tevens missies van operationele, administratieve en logistieke steun uit.  Om die opdrachten te vervullen, bestaat de federale politie uit zeer verscheiden directies, entiteiten en diensten.  Daarnaast verleent de federale politie ook allerlei soorten steun (operationeel of niet) aan de lokale politiekorpsen.  Tot slot vertegenwoordigt ze de Belgische politiediensten in het kader van de internationale politiesamenwerking.

Geïntegreerd karakter
Teneinde het geïntegreerde karakter tussen beide niveaus te benadrukken:

  • Worden in een nationaal veiligheidsplan (NVP) de krijtlijnen van de politieopdrachten uiteengezet en de prioriteiten vastgesteld. Het NVP is de leidraad voor de politiewerking. Het legt de strategische doelstellingen van de federale politie vast waaruit de actieplannen voortvloeien. De strategische doelstellingen worden om de 4 jaar herzien, terwijl dat voor de operationele doelstellingen jaarlijks het geval is.  Op lokaal niveau wordt er 4-jaarlijks voorzien in de opstelling van een zonaal veiligheidsplan (ZVP). Bij het vastleggen van de doelstellingen dient er rekening gehouden te worden met het NVP.
  • Bestaat er een deontologische code voor alle personeelsleden van alle politiediensten.
  • Deelt het personeel de waarden van de geïntegreerde politie.
  • Dient elk personeelslid van de geïntegreerde politie, om bij te dragen aan de maatschappelijke veiligheid, bij de uitoefening van zijn taken rekening te houden met de principes van de Excellente politiezorg. Excellente politiezorg is de combinatie van gemeenschapsgerichte politiezorg, informatiegestuurde politiezorg en optimale bedrijfsvoering.
  • Zijn er gemeenschappelijke selectie- en rekruteringsprocedures en is de opleiding éénvormig.
  • Hebben alle politieambtenaren hetzelfde statuut. Dit eenheidsstatuut betekent dat zowel voor de leden van de federale politie als van de lokale politie dezelfde regels inzake bevordering, evaluatie, mobiliteit, tucht, bezoldiging, pensioen, … gelden.
  • Zijn in het kader van de mobiliteit alle betrekkingen binnen beide niveaus (federaal en lokaal) toegankelijk voor elke personeelslid van het ene of het andere niveau, mits aan bepaalde voorwaarden is voldaan.
  • Is er inzake operationele politiële informatie één Algemene Nationale Gegevensbank (ANG) voor beide politieniveaus.
  • Werken de informatiekruispunten (AIK’s) als schakels tussen het federale en lokale niveau op het vlak van de operationele informatie-uitwisseling van bestuurlijke en gerechtelijk politie.
  • Zijn de 11 provinciale communicatie- en informatiecentra (CIC’s) operationeel voor beide politieniveaus, zowel voor de calltaking (het beantwoorden van noodoproepen) als voor de dispatching van de ploegen op het terrein.
  • Zullen op termijn de federale en lokale politiediensten alsook alle hulp- en veiligheidsdiensten (101, brandweer, douane, …) gebruik maken van een digitaal radionetwerk, ASTRID genaamd.

(https://www.lokale politie.be en https://www.federale politie.be)