CARMA zet blijvend in op het voorkomen van geweld door de politie

Op 15 maart 1997 werd de Internationale Dag Tegen Politiegeweld opgericht als een actiedag tegen onnodig geweld door de politie. In 2000 werd de dag gelinkt aan een incident in Zwitserland, waarbij twee minderjarigen het leven lieten bij een politie-interventie.

Oefeningen gevechtstechnieken

Sindsdien is deze dag een symbool om te protesteren tegen ongeoorloofd geweld door de politie. Politie CARMA wil onnodig geweld vermijden door sterk in te zetten op bijkomende training én doorlopende bijscholing. Het voorkomen van geweld en het kalmeren van de situatie, zijn daarbij de essentie.

Communicatie voor alles

De politie zal tijdens haar interventies, indien mogelijk, altijd de voorkeur geven aan een gesprek om via goede en duidelijke communicatie het probleem op te lossen. De politionele aanwezigheid en het gebruik van een bodycam werkt soms ook al ontradend. Als een situatie toch escaleert kan de politie geweld en/of dwang toepassen om probleemsituaties aan te pakken. De regels en voorwaarden hiervoor zijn duidelijk omschreven in de Wet op het Politieambt.

De politie hanteert hiervoor de zogenaamde ‘geweldspiramide’. “Elke tussenkomst is anders en vereist een middel dat aangepast is. Het is belangrijk om de situatie goed te scannen en ons handelen daarop aan te passen. Als het op geweld aankomt moet je niet alleen kunnen opbouwen binnen de wettelijk opgelegde voorschriften maar ook afbouwen”, aldus korpschef HCP Geert Verheyen. Als de politie overgaat tot gebruik van geweld, kan dit door middel van pepperspray, een wapenstok of een (stroomstoot)wapen. Het doel is met zo weinig mogelijk schadelijke middelen een gevaarlijke persoon te neutraliseren. De verdachte zal voorafgaand ook altijd gewaarschuwd worden door de politie, behalve wanneer dit de tussenkomst onwerkbaar maakt (vb. door een plotse onafwendbare aanval van een verdachte).

Jaarlijks vijf bijkomende trainingen bovenop het wettelijk verplichte

Politie CARMA wil onnodig geweld vermijden door sterk in te zetten op een goede opleiding én doorlopende bijscholing voor haar personeel te voorzien. Al tijdens de basisopleiding aan de politieschool oefent men aan de hand van rollenspelen in welke houding een politieman/vrouw best aanneemt t.a.v. een bedreigende situatie of een weerspannig persoon.

Elke politie-inspecteur volgt jaarlijks vijf verplichte trainingen, waarvan één evaluatiemoment. Deze verplichte training bevat een gedeelte theorie waarin uitleg gegeven wordt over bijvoorbeeld de wapenwetgeving. Een tweede onderdeel is de geweldsbeheersing in de dojo waar o.a. afweer-en verdedigingstechnieken, fouilleren, boeien, gebruik van de uitschuifbare wapenstok en pepperspray ingeoefend worden. Als laatste belangrijke onderdeel krijgen de inspecteurs schietonderricht. Aan wie niet slaagt, wordt een extra training aangeboden om zijn/haar schietvaardigheden bij te spijkeren.

Naast de verplichte, wettelijk voorziene vorming organiseert CARMA jaarlijks een vijftal extra interne opleidingen voor haar inspecteurs zoals o.a. het gebruik van de taser, werken in kleine ruimtes om te kunnen omgaan met agressie in de cel, de aanpak van een persoon met het excited delirium syndroom enz. Burgemeester-voorzitter Wim Dries: “Zo leveren we blijvende inspanningen om het gebruik van geweld door de politie tot een minimum te beperken. We geloven sterk in deze aanpak van bijkomende, intensieve training. Communicatie blijft het belangrijkste wapen, en kan veel voorkomen. We zien dit ook aan de cijfers. We noteerden tot dusver geen enkele klacht over buitensporig geweld door Politie CARMA t.a.v. burgers.”

Politie vaak zelf slachtoffer

Omgekeerd krijgt de politie regelmatig af te rekenen met verbaal en fysiek geweld van burgers. Bij Politie CARMA raakten in 2022, 38 medewerkers gekwetst als gevolg van een tussenkomst. Dit resulteerde in 567 dagen werkonbekwaamheid. “Interventies met weerspannigheid worden ook maandelijks geanalyseerd door de interne werkgroep geweldsbeheersing en de preventie-adviseur om de opleidingen, arbeidsmiddelen en procedures verder te optimaliseren als dat nodig zou blijken”, aldus korpschef Geert Verheyen.