Mortsel: interview met de Nabijheidspolitie
Wie vormt het wijkteam van Mortsel?
Hoofdinspecteur Jim Geyskens:
Ons team bestaat uit vijf wijkagenten: eerste inspecteurs Gregory Clerens, Eric Janssens, Tom Pintens, Didier Jacobs en inspecteur Benjamin Taes. Daarnaast ondersteunt administratief assistente Sandra Bruyère ons dagelijks werk en neem ik de leiding van het team. Twee wijkagenten en onze teamchef maken bovendien ook deel uit van de dienst Dierenwelzijn.
Mortsel is opgedeeld in vijf wijken. Elke wijkagent heeft één gebied waar hij tewerkgesteld is. Via onze website kunnen inwoners eenvoudig terugvinden wie hun wijkagent is.
Wat doet een wijkagent precies?
1e inspecteur Eric Janssens:
Als wijkagent heb ik een heel gevarieerd takenpakket. Geen enkele dag ziet er hetzelfde uit. Zo schrijf ik burgers in en voer ik woonstcontroles uit.
| De wijkagent doet een woonstcontrole bij een inschrijving van een burger op een nieuw adres. Dat heeft als belangrijkste doel om de werkelijke hoofdverblijfplaats van de betrokkene vast te stellen. Dit is nodig voor een correcte inschrijving in het bevolkingsregister en de rechtszekerheid van de burger. Daarnaast biedt de woonstcontrole de mogelijkheid om de identiteit te verifiëren en te bevestigen of de persoon er wel daadwerkelijk woont. Dit doet hij om na te gaan of de inschrijving geen adresfraude of fictieve domiciliëring betreft. Tijdens de woonstcontrole heeft de wijkagent ook een signaalfunctie. Hij heeft oog voor eventuele tekenen die kunnen wijzen op maatschappelijke kwetsbaarheid, intrafamiliaal geweld of andere veiligheids- of welzijnsproblemen. Uiteraard is de woonstcontrole ook het eerste contact tussen de wijkagent en de nieuwe bewoner. |
|---|
Daarnaast bied ik ondersteuning bij uithuiszettingen of aan deurwaarders, volg ik personen onder voorwaarden op, voer ik intakegesprekken en neem ik opnieuw contact op met mensen die bijvoorbeeld slachtoffer werden van een woninginbraak of intrafamiliaal geweld. Ik lever af en toe bijstand aan het onthaal, volg kantschriften op en neem ik deel aan ordediensten, zowel in Mortsel als in andere politiezones. Verder houd ik toezicht op de markt, moeten wij af en toe overbrengingen naar de gevangenis doen en doe ik scholentoezicht. Tot slot woon ik vergaderingen bij en verwerk ik de nodige administratie, wat ook een heel groot aspect van onze job invult. Belangrijk om weten is dat wij als wijkagenten tweedelijns werken. Wie een dringende situatie of een verdachte situatie wil melden, belt altijd naar 112.
| In onze politiezone werken we op afspraak. Door op afspraak te werken, kies je zelf wanneer en waar je aangifte doet. Je hoeft niet te wachten in een wachtrij en je komt meteen bij de juiste medewerker terecht. Zo win je tijd, en wij ook. Bovendien weet je vooraf welke documenten je moet meebrengen. Daardoor kunnen we je aangifte meestal meteen volledig afwerken. |
|---|
Hoe ziet een typische werkdag eruit?
1e inspecteur Tom Pintens:
Hoewel elke dag anders verloopt, start ik meestal met een overlegmoment samen met mijn collega's. Met een tas koffie bespreken we de aandachtspunten van de dag voordien. Daarna trek ik de wijk in voor woonstcontroles of geplande afspraken. We doen dat bewust vroeg op de dag, zodat we zoveel mogelijk inwoners thuis kunnen aantreffen voordat ze naar hun werk of school vertrekken. Later op de ochtend werk ik administratieve taken af. Denk daarbij aan e-mails beantwoorden, verhoren plannen, meldingen opvolgen of vragen van burgers behandelen. Na de middag rij ik opnieuw buiten. Bij mooi weer doe ik dat vaak met de fiets. Zo blijf ik zichtbaar aanwezig in de wijk en kan ik makkelijker contact leggen met bewoners.
Hoe ervaar je het werk als wijkagent in Mortsel?
Inspecteur Benjamin Taes:
Wat ik erg waardeer aan deze functie, is de zelfstandigheid en ons flexibel uurrooster. Ik kies zelf wat ik wanneer doe en op welk probleem ik me eerst focus. Rij ik eerst buiten of doe ik eerst administratie? Die keuze ligt bij mij. Ik vul mijn dag zelf in. Daardoor kan ik mijn tijd efficiënt inzetten en inspelen op wat op dat moment belangrijk is. Tegelijk blijf ik dicht bij de mensen staan. In tegenstelling tot collega's van de dienst Dringende Politiehulp, die vaak tussenkomen in crisissituaties, krijg ik meer ruimte om rustig naar inwoners te luisteren en word ik niet aangestuurd door onze radio. Dat geeft veel voldoening. Wij hebben eerder een signaalfunctie. Kleine problemen kunnen we zelf oplossen maar complexere zaken geven we door aan gespecialiseerde diensten zoals de dienst Opsporing en Onderzoek; het Wijkondersteuningsteam, de dienst Verkeer en Mobiliteit, enzovoort.
Waarom koos je voor deze functie?
1e inspecteur Gregroy Clerens:
Voor ik wijkagent werd, werkte ik bij de dienst Dringende Politiehulp. Dat werk is boeiend, maar de wisselende shiften wegen op termijn door op je privéleven en gezondheid. Als wijkagent heb ik meer regelmaat en flexibiliteit. Ik kan mijn werkdag beter afstemmen op mijn opdrachten en behoud tegelijk het contact met de bevolking. Ik blijf actief op straat aanwezig en draag nog steeds mijn uniform, maar ik krijg meer tijd om situaties grondig op te volgen. We merken wel dat mensen vandaag minder vaak buiten komen dan vroeger. Daardoor vraagt het soms meer inspanning om contacten op te bouwen. Toch zijn we regelmatig aanwezig in de wijken, vaak met de fiets. Soms valt dat gewoon samen met momenten waarop veel inwoners aan het werk zijn.
Met welke vragen komen inwoners het vaakst naar je toe?
1e inspecteur Didier Jacobs:
Burenruzies en overlast door buren vormen een groot deel van de meldingen die we ontvangen. In het kader van burenruzie hebben wij vooral een bemiddelende functie, aangezien wij geen bevoegdheden hebben zolang het niet strafrechtelijk is. In zulke situaties proberen we dus vooral te luisteren, advies te geven en mensen naar de juiste hulpverlening of bemiddeling door te verwijzen. Voor structurele conflicten verwijzen we inwoners ook door naar de dienst burenbemiddeling van de stad Mortsel. Daarnaast krijgen we regelmatig vragen over achtergelaten fietsen, sluikstort, parkeerproblemen, bomen of voetpaden. Voor deze zaken verwijzen we inwoners meestal door naar de bevoegde stadsdiensten. Zo zorgen we ervoor dat hun vraag snel bij de juiste instantie terechtkomt.
Hoe zie je de toekomst van de wijkagent?
1e inspecteur Eric Janssens:
Vroeger kwam de wijkagent, bij wijze van spreken, langs de achterdeur bij je binnen. Dat is nu volledig achterhaald. Vroeger hield de wijkagent zich bijna enkel bezig met inschrijvingen en had hij daarnaast veel tijd om bij de mensen binnen te komen of om continu in de wijk rond te rijden. Nu hebben we een veel groter takenpakket en gaat dat allemaal niet zomaar meer. Ik denk dat de technische ondersteuning en de digitalisering wel zullen blijven evolueren, maar de job zelf niet. De taken en de aanspreekbaarheid kan je niet zomaar veranderen. Persoonlijk contact blijft een onmisbaar onderdeel van wijkwerking
Tot slot…
Hoofdinspecteur Jim Geyskens:
We kunnen wel echt zeggen dat er een fijne werksfeer hangt in ons wijkteam. We zijn een hecht team en we kunnen altijd op elkaar rekenen. Dat is heel belangrijk.