Felix Cockx is onze senior van de maand juni 2024

Felix Cockx uit de Désiré Mellaertsstraat in Kessel-Lo viert binnen enkele weken, samen met familie en vrienden, zijn honderdste verjaardag. Veertig jaar lang was de man die geboren werd in Lovenjoel en later in Kessel-Lo ging wonen aan de slag bij de politie van Leuven. Met een opmerkelijk oog voor details haalt de gepensioneerde politieman verhalen en anekdotes op die mooi weergeven hoe een samenleving evolueert. 

Senior 6/24 - 4

Een geboren optimist

Felix mag dan weliswaar bijna honderd zijn, hij woont nog steeds in zijn huis dat hij in 1948 liet bouwen. Hij is na een val met heupbreuk enkele jaren geleden dan wel wat minder mobiel, toch doet hij dagelijks nog de trap naar de eerste verdieping waar zijn slaapkamer is. En in het hoofd zit het helemaal nog goed. Felix blijkt een vlotte verteller te zijn. Hoe hij er in slaagt om op zo’n hoge leeftijd nog zo kranig voor de dag te komen? “Ik ben een geboren optimist”, geeft hij als verklaring. Maar veel kilometers op de fiets, de hersenen blijven trainen én een goede portie geluk zullen ook wel een bijdrage hebben geleverd. Nochtans heeft Felix het niet altijd gemakkelijk gehad en werd hij ook geconfronteerd met enkele zware tegenslagen. 

Ondergedoken

Hij werd op 31 augustus 1924 geboren in Lovenjoel in een niet bemiddelde familie. “Ik was de oudste van vijf. Na het lager onderwijs begon ik aan het middelbaar in het KNT in Tienen. Om financiële redenen moest ik de studies stoppen. En het was ondertussen ook oorlog. De Duitse bezetter wilde mij verplicht tewerkstellen in Duitsland. Ik weigerde en besloot onder te duiken. Mijn vader is trouwens eveneens moeten onderduiken. “ Felix kon een tijdje terecht bij de zusters van liefde, beter gekend als Salve Mater, in Lovenjoel. Toen de Duitsers daar naar hem op zoek gingen kon hij nipt ontkomen. Vervolgens dook hij onder bij een boer. Tijdens één van de nachtelijke zoekacties in zijn ouderlijk huis werd zijn moeder hard aangepakt door de Gestapo. De vrouw die zwanger was, kreeg harde klappen met een miskraam als gevolg. “Ik werd lid van het partizanenkorps 034, een verzetsbeweging die vrij actief was in de Leuvense regio. Aan het einde van de oorlog, ik herinner me nog goed hoe een colonne tanks van de Canadezen voorbij denderde over de kasseien van de Tiense steenweg, ben ik mee collaborateurs thuis gaan oppakken. Vervolgens ben ik als partizaan toegevoegd aan de rijkswacht en deed ik enkele maanden bewaking van de gevangenen in de hulpgevangenis.

Het huwelijksbootje in en niet naar Duitsland

Tijdens de oorlogsjaren kwam Felix in contact met een adjunct-commissaris van de Leuvense politie die ook had moeten onderduiken. Deze zette hem er na de oorlog toe aan om examen te doen bij de toenmalige gemeentepolitie van Leuven. Hij slaagde en mocht op 1 november 1945 aan de slag. “Ik herinner me die eerste werkdag nog zeer goed. Het was koud en er lag een dik pak sneeuw. Een politieopleiding bestond toen nog niet. Je werd toegevoegd aan een oudere agent en moest de job al doende leren.” Enkele maanden later werd Felix echter opgeroepen voor het leger. “In april 1946 werd ik gekazerneerd in Tienen waar toen een artilleriekazerne was. Na enkele maanden moest ik naar Delbruck in Duitsland. Enkel wie gehuwd was werd hier van vrijgesteld.” Felix had toen een liefje, Nelly uit Kessel-Lo.“ Van haar ouders mocht ik bij hen intrekken. We trouwden en ik mocht het leger verlaten om terug bij de politie van Leuven te gaan werken.

Een rijke carrière bij de politie

oud uniform

Felix startte als straatagent met nummer 76 op de stijve uniformkraag. Op het hoofd een witte helm, aan de voeten zware schoenen en gekleed in een cabanjas. “In alle weer en wind moesten er rondjes worden gelopen of stonden we uren ‘post fix’. Om het half uur was er controle. Je zomaar ziek melden kon niet. De controledokter moest akkoord gaan en gewoonlijk werd de ziekenperiode met enkele dagen ingekort”, zo beschrijft Felix het begin van zijn loopbaan. 

Maar Felix bleef niet bij de pakken zitten en ging weer studeren. In november 1948 behaalde hij met onderscheiding het certificaat rechtswetenschappen aan de politieschool. Hij volgde twee jaar lang op zondagen les in de tuinbouwschool en behaalde daarnaast nog een brevet automechaniek.  “In mijn tuin van meer dan 10 are op de grens met Linden teelde ik in mijn vrije tijd na het werk en nadien als gepensioneerde tot enkele jaren terug allerlei groenten, aardappelen, asperges en aardbeien. Ook in huis heb ik steeds heel wat geklust zoals het plaatsen van elektriciteit, het uitbreiden van de keuken en de badkamer”, aldus een fiere Felix. Het was het stadsbestuur en de chef van de Leuvense politie al snel opgevallen dat Felix wel meer in zijn mars had dan op straat rondjes lopen en verkeer regelen. 

Op straat als agent

Ze vonden hem geschikt voor bureelwerk. “Ik werkte op het gerechtelijk bureel waar de reispassen werden afgeleverd, werkte vervolgens bijna 10 jaar voor de politierechtbank waar ik de verkeersdossiers klaarmaakte voor het openbaar ministerie om tenslotte verantwoordelijk te worden voor de aankoopdossiers van de politie.” Tussendoor was Felix ook nog een tijdje wijkagent in St-Maartensdal, zag hij toe op de verschillende markten waar hij de standhouders controleerde en standgelden inde, controleerde hij de verblijven in hotels en bordelen die er toen ook nog talrijk waren in Leuven, begeleidde hij als agent op de fiets de vele processies die er toen op zondag nog waren en werd hij ingezet als de studenten het weer eens te bont maakten tijdens een optocht of betoging. “Zeker toen de universiteit nog niet gesplitst was, kregen we het meermaals aan de stok met de Waalse studenten. Elk jaar hadden ze een Sinterklaasoptocht. Onder invloed van veel te veel alcohol begonnen ze vandalenstreken te plegen, vooral in de drukke Bondgenotenlaan. Verkeersborden moesten er aan geloven, ook auto’s werden niet ontzien. Daartegen traden we kordaat op. We zijn zelfs eens op het matje geroepen omdat men vond dat we de studenten toch te hard hadden aangepakt…”, zo herinnert Felix zich nog. Toch moeten zijn oversten tevreden zijn geweest, want in 1964 werd hij bevorderd tot inspecteur om in 1983 zelfs de graad van hoofdinspecteur te krijgen. In november 1985 ging hij na 40 jaar op pensioen. 

Mooie momenten, maar ook zware dompers

Al die tijd woont Felix al in Kessel-Lo. Toen hij er in 1948 ging wonen stonden er slechts 2 huizen in de straat die niet meer dan een beslijkte veldweg was. Voor het huis lagen velden die nog bewerkt werden met paard en kar. Vooral sinds de jaren 60 werd er druk bijgebouwd en ontstond onder meer de wijk Casa Blanca. De buren van weleer zijn ondertussen allemaal verhuisd of overleden. Ook de echtgenote van Felix overleed in 2003. Jaren later zou ook één van zijn twee dochters overlijden als gevolg van kanker. Zware emotionele klappen. En fysiek heeft een heupfractuur in 2016 toch wel serieuze impact. Het herstel duurde lange tijd, de pijn is nooit ver weg, verplaatsingen binnen en buiten zijn moeilijker geworden, autorijden en fietsen is er al jaren niet meer bij. Gelukkig kon hij rekenen op steun van Suzanne, een vroegere buurvrouw, die hij opnieuw tegen het lijf liep en waarop hij ook nu nog altijd kan tellen. Zij mag binnen een paar jaar ook honderd verjaardagskaarsjes uitblazen, maar maakt eerst werk van de viering van de honderdste verjaardag van Felix.