Gebruik van mistlichten

Achtermistlichten : Motorvoertuigen moeten uitgerust zijn met één of twee rode achtermistlichten. Zij moeten gebruikt worden in geval dat mist de zichtbaarheid beperkt tot minder dan 100 m, dat sneeuwval het zicht beperkt tot minder dan 100 m, bij felle regen. Deze achtermistlichten mogen in geen andere omstandigheden gebruikt worden.



Voormistlichten: Motorvoertuigen moeten niet noodzakelijk met voormistlichten (witte of gele) uitgerust zijn. De voormistlichten mogen daarom facultatief gebruikt worden. Opgelet, hun gebruik is wél gereglementeerd. De voormistlichten mogen alleen maar gebruikt worden in geval van mist, van sneeuwval en van felle regen, welke ook de afstand is waarover men kan zien. De voormistlichten mogen de dimlichten of de grootlichten vervangen of gelijktijdig met deze lichten branden.

Labels