Veilig naar school

Je kind vraagt om alleen naar school te mogen gaan. Maar is het er klaar voor ? Bereid je zoon of dochter voor op de eerste schooldag in het verkeer.

Oefen meermaals samen te voet (of met de fiets, de bus…) de weg naar school vooraleer je je kind alleen laat vertrekken. Besteed voldoende aandacht aan de plaatsen waar het bijzonder moet opletten. Begin te oefenen tijdens een vakantie en ga er nog een aantal dagen mee door als de school al begonnen is. Het drukkere verkeer maakt de schoolweg immers anders.

Te voet naar school

Stippel vooraf de veiligste weg uit. Dit is niet noodzakelijk de kortste weg. Kies voor straten met brede trottoirs of goed begaanbare bermen. Oefen het correct oversteken. Loop zelf altijd langs de kant van het verkeer en laat je kind(eren) langs de kant van de huizen lopen. 

te voet

Als er moet overgestoken worden, kies je de veiligste plaatsen:

  • een oversteekplaats met een agent  of een gemachtigd opzichter,  met verkeerslichten of een zebrapad
  • een straat met weinig verkeer
  • een plaats waar de wagens niet snel rijden
  • een plek waar de oversteek kort is  
  • een plaats vanwaar je kind de wagens  goed ziet aankomen en ook zelf goed  zichtbaar is voor de naderende bestuurders.

Haast en spoed is zelden goed! Een gehaast kind heeft geen oog meer voor zijn omgeving en wordt onvoorzichtig. Zorg ervoor dat je kind steeds op tijd thuis vertrekt en zich rustig door het verkeer kan bewegen.

Per fiets naar school

fiets

In een zitje op de fiets

Zet je kind in een fietsstoeltje dat voorzien is van riempjes en degelijke voetsteunen om te voorkomen dat de voetjes tussen de spaken terechtkomen. Kies voor een fietszitje met de norm EN 14344, dan ben je zeker dat het zitje aan de nodige veiligheidseisen voldoet. Gebruik bij voorkeur een fietszitje voor achterop de fiets, en kies voor een model dat op het kader van de fiets wordt bevestigd (niet enkel op de bagagedrager of aan het stuur). Maak je kind met de riempjes stevig vast in het stoeltje. 

In een fietskar of bakfiets

Fietskarren zijn ideaal voor langere afstanden. Je mag er maximum twee kinderen mee vervoeren tot ongeveer 7 jaar. De kooiconstructie van de fietskar beschermt de kinderen en zorgt ervoor dat bij botsingen met een auto de kar wegschuift in plaats van omvalt. Elke zitplaats moet uitgerust zijn met bescherming voor de handen, voeten en rug. Voor de veiligheid moeten de passagiers worden vastgemaakt met de voorziene riempjes. In bakfietsen kunnen één tot vier kinderen tot ongeveer 7 jaar mee. Je kan kiezen voor de tweewielbakfiets die iets minder stabiel is, maar wel licht en wendbaar fietst, of voor de driewielbakfiets, die een grotere bak heeft en niet kan omvallen. Fietsen met een (houten) bakfiets is zwaarder dan fietsen met een fietskar. Met een bakfiets heb je ook meer last van onregelmatigheden in het wegdek. Zowel op de fiets als in de fietskar of bakfiets is de fietshelm warm aanbevolen.

Meefietsen met je kind
In het begin rij je beter naast je kind, aan de linkerkant. Ga achter je kind fietsen als je anders niet kan kruisen met een tegenligger.  Heeft je kind al wat meer ervaring, dan fiets je er achter.

Voor je vertrekt, maak je duidelijke afspraken met je kind. Bijvoorbeeld: “Als ik STOP roep, stop je onmiddellijk en blijf je aan de kant staan”, “Aan dat kruispunt stoppen we”,... Aarzel niet om je kind onderweg aan te moedigen. Eens aangekomen geef je wat uitleg over wat goed ging en wat minder goed was.

Je kind fietst alleen naar school

Eerst en vooral moet je er zeker van zijn dat je kind dit zelfstandig aankan. Kan je kind achter zich kijken en zijn arm uitsteken zonder uit te wijken? Kan het de afstanden en snelheden van de auto’s voldoende veilig inschatten? Is hij/zij zich bewust van de gevaren? Veel hangt af van de maturiteit van je kind, maar kinderen jonger dan 8 à 9 jaar kunnen het verkeer nog niet voldoende inschatten om alleen op pad te gaan.

Stippel vooraf samen de veiligste weg uit. De veiligste weg is niet noodzakelijk de kortste weg. De veiligheid is groter:  in straten met weinig verkeer in straten waar de wagens niet snel rijden in straten met een breed fietspad of waar het fietspad goed van de rijbaan afgeschermd is  op plaatsen waar veilig kan overgestoken worden (indien nodig moet je afstappen en met de fiets aan de hand oversteken).

De juiste uitrusting voor kind en fiets

  • Het kader van de fiets moet de juiste maat voor je kind hebben.
  • De fiets moet tevens goed onderhouden zijn (remmen, banden…).  
  • Laat je kind een fietshelm dragen. Het hoofd van een fietser is kwetsbaar. Bij een val of een ongeluk wordt het hoofd immers het meest geraakt, met soms heel ernstige gevolgen.  
  • In de herfst en de winter zijn de dagen kort en is het nog duister als je kind naar school vertrekt. Zorg ervoor dat fietslichten en reflectoren dan in prima staat zijn. Motiveer je kind zodat het zijn fietsverlichting ook echt aansteekt van zodra het nodig is. Overdag en bij duister weer doen fluokleuren je extra opvallen. En in het donker doen een reflecterend hesje of minstens een armband echt wonderen.  
  • Boekentassen zijn best zo licht mogelijk. Ze worden stevig vastgemaakt op de bagagedrager of op de rug gedragen. Schooltassen aan het stuur brengen het evenwicht van de fietser in gevaar.

 

Naar school met de bus

Wist je dat het openbaar vervoer eigenlijk het veiligste vervoermiddel is?

bus

Schoolvervoer

Als er in schoolvervoer voorzien is, dan is je zoon of dochter in goede handen tot in de school. Eens veilig opgestapt, is het eenvoudig: gaan zitten, rustig zijn om de chauffeur niet af te leiden, geen boekentassen laten slingeren in het gangpad. De begeleider in de bus houdt een oogje in het zeil. Luisteren naar zijn aanwijzingen is de boodschap!

Met het openbaar vervoer

Leer je kind de uurregeling te lezen die het nodig heeft. Doe de rit enkele keren samen en wijs op duidelijke herkenningspunten zodat je kind weet wanneer het tijd is om op de knop te drukken om een halte aan te vragen.

Aan de halte
Het is bijzonder gevaarlijk om al rennend te proberen nog een bus te halen. Zorg dat je kind dit goed beseft. Liever te laat komen dan zo’n risico te lopen! Wijs je kind erop dat het best zo ver mogelijk van de rand van de rijbaan wacht. Maak duidelijk dat je niet meer moet proberen om in te stappen als het geluidssignaal van de deuren klinkt, want de deuren kunnen dan elk moment dichtgaan.

Tijdens de rit
Leer je kind om neer te zitten wanneer dit kan, of zich goed vast te houden aan de stangen. In elk geval niet te dicht bij de deuren blijven staan. Verder gelden dezelfde regels als in de schoolbus: de chauffeur niet afleiden en geen boekentassen laten slingeren in het gangpad.

Bij aankomst
Moet je kind de weg oversteken, dan wacht het tot de bus vertrokken is en tot het goed kan uitkijken (en goed gezien wordt). Blijft de bus staan, dan is het best om er niet onmiddellijk voor of achter over te steken.

Met de auto naar school

auto

Voor het vertrek: gordel aan!

Iedereen klikt zich vast. Ook als het maar een korte rit is en ook als je enkel langs rustige straten rijdt. Zet je kind in een autostoeltje tot het 18 kg weegt (ongeveer 4-5 jaar). Vanaf 15 kg kan je kind op een verhogingskussen in combinatie met de autogordel. Om je kind optimaal te beschermen, moet de gordel steeds correct gedragen worden. Je mag hem nooit onder de arm of achter de rug schuiven! 

Snelheid

De reacties van kinderen zijn onvoorspelbaar. Wees dus op je hoede als je een kind op straat ziet. Rij niet sneller dan 30 km/u in de omgeving van een school. Wist je dat een voetganger die aangereden wordt door een wagen met een snelheid van 30 km/u al gedood kan worden? Bij deze snelheid loopt de voetganger 5% gevaar om het leven erbij te verliezen. Maar bij een snelheid van 50 km/u stijgt het risico om gedood te worden al tot 45%!

Fout geparkeerd? Kinderen in gevaar!

Stilstaan en parkeren mag enkel waar dat toegelaten is, ook al is het maar voor eventjes! Dubbel parkeren, parkeren aan een bushalte, op het fietspad, op een zebrapad of op de stoep is verboden. Zo erg is het toch niet om iets verderop te parkeren en even met je kind mee te stappen tot aan de school?

Fout geparkeerde wagens brengen kinderen in gevaar. Ze belemmeren het zicht zodat overstekende kinderen het extra moeilijk hebben om het andere verkeer te zien en zelf ook niet goed gezien worden. Voetgangers en fietsers worden bovendien vaak gedwongen om uit te wijken naar de rijbaan, waar ze meer gevaar lopen. 
Let er ook altijd goed op dat er zich geen kind voor of achter je wagen bevindt als  je vertrekt of manoeuvreert.

Al eens gedacht aan carpooling?
Ook met de auto kan je ervoor zorgen dat er minder verkeer is en het er veiliger op wordt voor de voetgangers en fietsers! Als meerdere kinderen van verschillende gezinnen samen rijden, zijn er minder auto’s op de weg naar school. Misschien kan de schooldirectie of de oudervereniging de vraag en het aanbod op elkaar afstemmen en belangstellende ouders met elkaar in contact brengen?
 

Met de brom- of motorfiets naar school

bromfiets

Wie mag vervoerd worden?

  • Kinderen onder de 3 jaar mogen niet vervoerd worden op een brom- of motorfiets.  
  • Kinderen van 3 jaar tot 8 jaar mogen niet worden vervoerd worden op een motorfiets met een cilinderinhoud van meer dan 125 cc.  Op een tweewielige motorfiets of een motorfiets met een maximale cilinderinhoud van 125 cc moeten kinderen van 3 jaar tot 8 jaar in een voor hen geschikt kinderbeveiligingssysteem vervoerd worden

Waaruit bestaat de uitrusting van het  kind dat met de motorfiets vervoerd wordt?
Zorg ervoor dat je kind goed beschermd is en goed zichtbaar is.

Het kind draagt :

  • een valhelm    
  • een lange broek of een overall
  • handschoenen    
  • een jas met lange mouwen
  • laarzen of bottines die de enkels beschermen

Welke helm?
De helm moet gehomologeerd zijn volgens de laatste Europese norm : ECE-R 22.05. Het is niet toegestaan om het kind te voorzien van een fiets- , rolschaats- , of skihelm (deze helmen bieden onvoldoende bescherming aan het kind dat meerijdt op de brom- of motorfiets).