De senior van de maand december

Josèphine Adams is onze senior van de maand december. Ze is al sinds 1961 kotmadam in Leuven. Ook na een kleine 59 jaar doet ze dat nog met hart en ziel. De studenten houden haar jong van geest. Josèphine van haar kant omringt haar kotstudenten met de beste zorgen en bezorgt hen een tweede thuis waar ze altijd terechtkunnen, ook al zijn ze al vele jaren geleden afgestudeerd.

Het verhaal begint in mei 1960.  Josèphine trouwt en huurt met haar man een huis in de Mechelsestraat.  Eind november van hetzelfde jaar staat het huis gelegen in de Mechelsestraat 92 te koop. Fons, de neef van Josèphine, en zijn vrouw Jeanne wonen eveneens in de straat. Zij vinden het pand een ideale woning voor Josèphine en haar man. Het gaat immers om een ietwat verwaarloosd pand, dat ze zelf kunnen opknappen. 

Welkom studenten

Omdat het huis toch iets te duur lijkt voor Josèphine, raadt Jeanne haar aan om te wonen op de benedenverdieping en de vier kamers op de verdiepingen te verhuren als studentenkot. Zo gezegd, zo gedaan. Na een kleine renovatie zijn de kamers aan het begin van het academiejaar 1961 klaar om als studentenkot verhuurd te worden. Josèphine en haar man verwelkomen in september hun eerste vier studenten in mooie opgefriste kamers met Bretoense meubeltjes, die ze op afbetaling aangekocht hebben. Ze zijn vastberaden om hun studenten een warme thuis te bezorgen tijdens hun tijd in Leuven.

Plagerijen en schelmenstreken

De eerste jaren wonen er enkel jongens in hun huis. Meisjes mogen in die tijd enkel in peda’s verblijven. Josèphine is nog erg jong en haar studenten zijn soms ouder dan hun kotmadam.  Dat zorgt regelmatig voor plagerijen, maar altijd goed bedoeld. Zo is de kanarie regelmatig spoorloos, waarna Josèphine hem terugvindt in één van de studentenkamers.  Of haar ondergoed verdwijnt plots van de wasdraad, waarna de kotmadam het vastgemaakt met punaises op de muur van de gang aantreft.  

’s Ochtends en ’s avonds eten de jongens hun boterhammetjes in de keuken en Josèphine zorgt voor koffie.
Haar man werkt aan de hoogspanning en moet daarvoor het hele land afreizen. Vaak stapt hij om 6 uur ’s ochtends de trein op, waarna hij pas tegen 19.30 uur weer thuis komt, moe en met honger.  Niet zelden treft hij dan de studenten aan in de keuken en moet hij ze aanmanen om naar hun kamer te trekken.

Gezellig samen rond de kolenkachel

Ja, het is gezellig en fijn op kot bij Josèphine en haar man. Als er voetbal op tv is of het feuilleton Flicka, schuift iedereen aan om samen te kijken, met een pintje in de hand natuurlijk. In de winter is het extra gezellig, met z’n allen rond de ronkende kolenkachel.

Het zijn heerlijke tijden, fijn om aan terug te denken. Vorig jaar kwam nog één van de eerste huuders langs in de Mechelsestraat.

Nu zitten er meestal meisjes op kot bij Josèphine. Ex-huurders van de jaren 80 komen vandaag aanbellen op zoek naar een kot voor hun dochter. Dat is altijd een zalig weerzien.

De studenten houden me jong

Josèphine staat nog elke dag klaar voor haar studenten. Een probleempje of zorgen over een examen? Kom maar langs, zegt ze dan. Dan drinkt Josèphine samen een theetje. Heeft er iemand hoofdpijn? Dan geeft de kotmadam Dafalgan mee. Stress voor een examen? Josèphine brandt een kaars. De jeugd houdt haar jong van geest. ‘Zo lang mijn gezondheid het toelaat, ben ik er om mijn studenten te verwennen. Ik bezorg hun een warm nest. Ik heb een doos vol met nieuwjaarskaartjes, kaartjes van een huwelijk of een geboorte, allemaal van mijn voormalige huurders. Zegt dat niet genoeg? Ik koester ze tot het einde van mijn dagen!’