De senior van de maand januari

Onze senior van de maand januari is een man met een lange staat van (militaire) dienst. Charles Vandenbempt is 94, maar nog een krasse knar, om het wat oneerbiedig te zeggen. Fysiek is hij nog fit en geestelijk bij de pinken. Hij rijdt zelf nog met de auto. Toch is zijn jeugd en eigenlijk heel zijn leven getekend door de Tweede Wereldoorlog.

Bij zijn geboorte (1924) in Kerkom werd hij ingeschreven als Joannes Vandenbempt, maar zijn roepnaam is altijd Charles geweest. Zijn vader was spoorwegbeambte en daarom verhuisden zijn ouders vijf jaar later naar Kessel-Lo. Voor zijn humaniorastudies economie ging hij in 1937 op internaat in het Sint-Niklaasinstituut in Anderlecht. Toen de oorlog uitbrak sloeg zijn moeder met haar acht kinderen samen met de buren met de laatste trein uit Leuven op de vlucht naar Frankrijk, naar de omgeving van Toulouse. Zijn vader was opgeëist door de Belgische Staat en deed als militair in burger zijn dienst in het station van Leuven.

Bij het verzet

In september 1940 keerden zij terug en kon Charles verder studeren aan het Atheneum van Leuven. Tot de Duitsers hem in 1942 opvorderden om als vrijwilliger te gaan werken in Duitsland. Daar wilde zijn vader niet van weten en hij moest onderduiken bij familie in Lubbeek en Binkom, en toen dat te gevaarlijk werd vaak in de open lucht tot aan de bevrijding in 1944. Dat was een heel harde tijd voor Charles, die zich in 1942 al aangesloten had bij de verzetsorganisatie Het Belgisch Legioen, met hoofdkwartier in Kortrijk-Dutsel. Van daaruit werd hij naar de Solofabriek in Antwerpen gestuurd om opdrachten uit te voeren voor het Engelse leger.

Gijzelaar

Toen Leuven bevrijd was, werd Charles door het Verzet naar Tienen gestuurd om daar het heuglijke nieuws te gaan melden. “Halfweg werd ik opgemerkt door een terugtrekkende Duitse kolonne, die me als gijzelaar meenam. Ik denk dat de Duitse soldaten geen kogels meer hadden, anders zou ik misschien zijn gefusilleerd… In Assent slaagde ik erin te ontsnappen en een vooruitgeschoven verkennerspost van de Engelsen te bereiken. Zij brachten me terug naar Leuven, waar de Weerstand al door de Statiestraat (nu Bondgenotenlaan) marcheerde.”

Parachutist

Charles meldde zich als oorlogsvrijwilliger bij het Belgisch Leger en werd naar de Herkenrodekazerne in Hasselt gestuurd. “We achtervolgden de terugtrekkende Duitse soldaten door Nederland tot Flensburg in de omgeving van de Deense grens, waar we vernamen dat Duitsland zich overgegeven had. We ontwapenden de Duitse soldaten: zij die geen SS waren, mochten naar huis, de SS-ers werden opgesloten in barakken en later overgeleverd aan de Engelsen. Bij mijn terugkeer ging ik naar de kazerne in Tervuren voor een opleiding tot parachutist. Van daar werd ik naar Engeland gestuurd, nog altijd als oorlogsvrijwilliger, waar ik het brevet van parachutist haalde.”

Personeelschef

Na zijn terugkeer in Tervuren werd Charles beroepsmilitair en gaf er les aan nieuwe miliciens. Daarna was hij jarenlang in Duitsland gekazerneerd, in Siegen en in Euskirchen. In 1968 keerde hij terug naar België, naar de kazerne in Heverlee. Charles: “Ik heb daar ook weer opleiding gegeven aan rekruten tot het me in 1974 te zwaar werd. Ik vroeg mijn overplaatsing naar de administratie en na een opleiding van zes maanden werd ik naar de personeelsadministratie van het leger in de kazerne van Tervuren gestuurd. Ik ben er dertien jaar chef van deze administratie geweest, totdat ik op 1 november 1980 met pensioen ging. Dat was in die tijd verplicht op de leeftijd van 56 jaar. Ik was in al die jaren opgeklommen van eerste sergeant over sergeant-majoor en adjudant tot adjudant-chef, de hoogste graad bij de onderofficieren.”

Gekruiste zwaarden

Als gepensioneerde speelde hij jarenlang klusjesman in de bedrijven van zijn broer en zijn schoonouders. Daarnaast was en is hij nog altijd zeer actief in de Verbroedering van het Geheime Leger, Schuiloord Leuven. Er zijn maar drie Leuvense overlevenden meer en die komen nog wekelijks samen. Verder ook in de Koninklijke Vereniging van Oorlogsvrijwilligers en de Vereniging van de Ridders met  Gekruiste Zwaarden. Deze laatsten zijn militairen die voor hun heldendaden het Ridderteken in een van onze Nationale Orden gekregen hebben. Omdat er nog zo weinig leden over blijven, zijn deze twee verenigingen alleen nog nationaal actief.  

Assistentiewoning

Charles is in 1950 getrouwd. Ze kregen twee kinderen, een meisje en een jongen, die inmiddels ook al met pensioen zijn. Sinds drie jaar woont Charles in een assistentiewoning in het Ruelenspark in Leuven, zijn echtgenote verblijft in het Woonzorgcentrum Ter Vlierbeke in Kessel-Lo, waar hij haar vrijwel elke dag gaat opzoeken.