Senior van de maand juni

Eddy Hartiel is onze senior van de maand mei. Je kan hem en zijn hondje Mirette elke dag terugvinden op de Keizersberg.

Eddy Hartiel

Wie regelmatig wandelt op de Keizersberg in Leuven, heeft hem vast al eens gezien: een man met een afvalgrijpstok, een witte plastieken zak en een klein hondje dat vrolijk rondloopt tussen de wandelaars. Eddy Hartiel komt hier elke dag. Al zeven jaar lang ruimt hij het park op. Niet omdat het moet. Gewoon omdat hij vindt dat het proper en aangenaam moet blijven voor iedereen.

'Samen met mijn hondje Mirette ben ik ondertussen een vertrouwd gezicht geworden op de Keizersberg. Mensen spreken mij aan, jongeren groeten mij, honden kennen mij. Voor mij is dit park echt een tweede thuis geworden. Ik zeg vaak: “Dit is ons thuis.”

Ik ben geboren in 1960 en opgegroeid in Wilsele. Leuven zit diep in mijn leven verankerd. Ik heb de stad doorheen de jaren enorm zien veranderen. Soms herken ik plekken nauwelijks nog terug.

Ik liep school in Leuven, eerst in de Redingenstraat, later aan de Parkpoort en aan het RITO in de Rijschoolstraat, waar nu de bib is. Leuven was toen nog helemaal anders. Kleiner en overzichtelijker. Ik herinner mij nog goed hoe ik als klein manneke met de bus naar school reed en te voet van aan de ‘place Foch’ door de stad wandelde naar school. Dat waren mooie tijden.

Ook mijn werk draaide altijd rond mensen. Ik ben 33 jaar lijnbuschauffeur geweest, vooral op de lijn Leuven-Mechelen. Dat was toen nog heel sociaal. Wij kenden onze reizigers en onze reizigers kenden ons. Als iemand eens niet op de bus zat, wist iedereen bijna direct dat die ziek was of een dag congé had. Dat menselijke contact mis ik soms vandaag.

Het sociale contact is altijd belangrijk gebleven in mijn leven. Vandaag vind ik dat terug hier, in het park.

Vóór Mirette had ik nog een ander hondje uit het asiel gehaald. Dat hondje is jong gestorven aan een hartafwijking. Ik heb daar heel erg van afgezien. Ik kwam zelfs lang het huis niet meer uit. Tot vrienden mij kwamen halen, en meenamen naar het park. Een tijd later kreeg ik telefoon van het asiel: er was een nest pups aangekomen. Zo is Mirette in mijn leven gekomen.

Eigenlijk is met Mirette ook mijn engagement voor het park begonnen. Eerst zag ik ergens een blikje liggen. Daarna nog één. Dan dacht ik: ik neem volgende keer een plastieken zak mee. Later kreeg ik een afvalgrijper cadeau. Zo is dat stilaan gegroeid. En uiteindelijk begon ik elke dag te komen opruimen.

Ondertussen heb ik hier ook een klein plekje gekregen: mijn “werkkot”. Daar bewaar ik mijn materiaal, mijn afvalgrijper en de witte vuilniszakken die ik krijg van de Stad Leuven. Als het hard regent, kan ik daar ook even schuilen. Soms zit ik daar gewoon naar de regen te luisteren terwijl Mirette naast mij ligt.

In dat werkkot heb ik ook eens een bijzonder moment meegemaakt. Het regende buiten, en een gitarist die hier passeerde kwam even bij mij zitten. Hij speelde Franse kleinkunst voor mij terwijl wij daar samen luisterden naar de regen op het dak. Dat zijn van die kleine momenten die een dag echt mooi kunnen maken.

Tijdens de coronaperiode was het hier soms echt zwaar. Op mooie avonden zaten hier honderden jongeren samen. Overal lagen blikjes, flessen en kapot glas. Ik heb uren opgeruimd. Vooral dat glas vond ik gevaarlijk, zeker voor kleine kinderen die hier kwamen spelen of wandelen.

Toch probeer ik altijd vriendelijk te blijven tegen jongeren. Ik wil niemand wegjagen. Ik sprak hen gewoon rustig aan. “Breek geen glas,” zei ik dan. “Houd het een beetje proper.” En eigenlijk werkt dat meestal beter dan kwaad worden.

Sommige jongeren van vroeger spreken mij vandaag nog altijd aan wanneer ze hier passeren. Dat doet deugd. Ooit ben ik zelfs tussenbeide gekomen bij een ruzie tussen twee gasten. Achteraf zeiden ze tegen mij: “We zijn niet beginnen te vechten uit respect voor u.” Dat vond ik wel bijzonder.

Een van de dingen waar ik mij zorgen over maak, zijn de vuilbakken die uit het park verdwenen zijn. Die werden wel degelijk gebruikt. Ze waren soms te klein en zaten snel vol, maar mensen gooiden hun afval tenminste nog in de buurt van die vuilbakken. Nu ligt het vuil verspreid over het park.

Voor hondenbaasjes heb ik ondertussen zelf een plastieken zak aan mijn werkkot gehangen, zodat mensen hun hondenpoepzakjes toch ergens kwijt kunnen. Ik kom hier toch elke dag.

Ook over toezicht in het park heb ik soms mijn bedenkingen. Af en toe rijdt de politie met de combi door het park, maar het blijft natuurlijk moeilijk om alles te zien in zo’n groot domein. Onlangs reden ze hier een ronde terwijl verderop in het park jongeren een vuurtje hadden gemaakt zonder dat iemand het had opgemerkt.

Zelf probeer ik gevaarlijke situaties rustig te benaderen, maar ik weet ook goed waar mijn grenzen liggen. Ik ben daar niet bevoegd voor. Ik kom gewoon het park opruimen.

Wat ik het mooiste vind aan dit park, zijn de mensen die hier samenkomen. Hier kruisen mensen van alle rangen en standen elkaar. Gezinnen komen picknicken, jongeren spreken af met vrienden, joggers doen hun ronde, muzikanten oefenen hier, hondenbaasjes maken een praatje en ouderen komen genieten van de rust. Op zonnige dagen zie ik hier echt een stukje Leuven samenkomen.




Eddy Hartiel

Mirette kent ondertussen zowat alle honden van het park, en ik ken op mijn beurt hun baasjes. Honden brengen mensen samen. Je geraakt gemakkelijk aan de praat wanneer je elke dag op dezelfde plek wandelt. Met sommige mensen heb ik ondertussen een echte band opgebouwd. We praten over het dagelijkse leven, over gezondheid, over familie, maar ook over verdriet. Als iemand afscheid heeft moeten nemen van een hondje, dan wordt daar hier over gepraat. Mensen storten soms hun hart uit. Dat hoort er ook bij. Het park is voor veel mensen meer dan zomaar een plek om te wandelen.

Ik praat met heel veel mensen. Soms zijn dat vaste bezoekers van het park, soms toevallige passanten. Ik heb hier een banjospeler zien groeien, een doedelzakspeler horen oefenen en muzikanten zien verbeteren terwijl ze hier kwamen oefenen. Dat vind ik mooi om mee te maken.

Eén keer per jaar ga ik samen met Mirette een paar dagen naar de Ardennen. Gewoon de natuur in, rustig wandelen, op het gemak. Maar wanneer ik terugkom, zie ik meteen wat er gebeurt als het park enkele dagen niet wordt opgeruimd. Dan ligt hier overal veel afval en heb ik extra werk om alles netjes te krijgen.




Eddy Hartiel

De Keizersberg is voor mij een kleine samenleving geworden. Jong en oud, rijk en arm, Leuvenaars en bezoekers: iedereen komt hier langs. Ik geniet ervan wanneer ik kinderen zie spelen, families zie picknicken of scouts zie ravotten in het gras. Daarvoor doe ik het uiteindelijk.

Wat ik andere Leuvense senioren vooral wil meegeven? Blijf buiten komen. Blijf bewegen. En probeer sociaal contact te houden. Dat is belangrijk. Een mens mag zich niet opsluiten. Gewoon een praatje doen met mensen kan al veel betekenen. Niet altijd bezig zijn met alle miserie in de wereld. Gewoon vriendelijk blijven tegen elkaar.

Ik blijf voorlopig elke dag terugkomen naar de Keizersberg, samen met Mirette. Zelfs in de winter. Zelfs in de regen. Want voor mij is dit veel meer geworden dan zomaar een park.

Zolang ik het kan, blijf ik dit doen.'

Labels