3D-bodyscan: Meerwaarde in een moordonderzoek

Binnen het project ‘proeftuin FGP Limburg’ wordt al geruime tijd gewerkt aan het concept van de digitale afstapping in moordzaken. Eén van de doelstellingen van het project is een integrale virtualisatie van de crime scene1. Dankzij de inbreng van diverse ketenpartners, komende uit de academische wereld (KU Leuven, UZ Leuven en U-Hasselt), alsook enkele prominente gerechtsdeskundigen, kan de FGP Limburg het uitgewerkt theoretisch concept nu in de praktijk toepassen op alle gerechtelijke moordonderzoeken.

Eén van de werkingsdomeinen binnen het project heeft betrekking op de zogenaamde ‘3D-bodyscan’. Het slachtoffer van een levensdelict wordt hiervoor, na de noodzakelijke sporenvaststellingen op de plaats delict, overgebracht naar het UZ Leuven. Voordat een inwendige autopsie wordt uitgevoerd, wordt een CT-scan gemaakt (virtuele autopsie). Deze scan levert interessante informatie op voor de forensisch patholoog, maar staat later ook centraal bij de virtualisatie van de gebeurtenis op de plaats delict.

De 3D-bodyscan (zelf een puntenwolk) kan immers worden ingebracht in de puntenwolk die werd bekomen door het maken van de 3D-laserscans van de plaats delict. De scharnierpunten van het skelet kunnen worden gewijzigd, waardoor het slachtoffer virtueel in een bepaalde houding kan worden gepositioneerd.
Het kogeltraject kan vervolgens zowel intern als extern het slachtoffer worden gereconstrueerd.

Deze man kreeg een kogel door het hoofd, afkomstig van een zwaar kaliber handvuurwapen. Op de CT-scan zijn de in- en uitgangswonde door het hoofd zichtbaar. Er bevinden zich geen kogel of kogelsporen meer in het hoofd van het slachtoffer.

Deze man kreeg een kogel door het hoofd, afkomstig van een zwaar kaliber handvuurwapen. Op de CT-scan zijn de in- en uitgangswonde door het hoofd zichtbaar. Er bevinden zich geen kogel of kogelsporen meer in het hoofd van het slachtoffer.

Op deze wijze kunnen in virtual reality diverse scenario’s van gebeurtenissen op de plaats delict worden gereconstrueerd en afgetoetst. Bovendien kan op basis van deze methodiek worden overgegaan tot de vermoedelijke positiebepaling van de schutter op het ogenblik van de feiten.

Momenteel werken experten verder om deze methodiek te kunnen toepassen voor geweldsdelicten zonder gebruik van vuurwapens (impacten van slagvoorwerpen, steekverwondingen enz.). Het geheel draagt bij tot een beter inzicht in een gebeurtenis op een plaats delict, zowel nuttig voor tactische onderzoekers, alsook voor deskundigen en magistraten (behandeling van de zaak ten gronde).