Overslaan en naar de inhoud gaan
Bel voor dringende politiehulp 101.
DSU

Geïntegreerde politie

De federale en de lokale politie vormen samen de geïntegreerde politie.
Zij is opgericht bij de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geintegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus.

Het federaal niveau bestaat uit de federale politie en het lokale niveau uit lokale politiekorpsen die elk in hun eigen district, "politiezone" genaamd, werken.
Beide niveaus zijn autonoom maar werken nauwe samen en zijn complementair. Er bestaat geen enkele hiërarchische band tussen hen.

Lokale en federale politie verstrekken samen de geïntegreerde politiezorg.

De lokale politie is samengesteld uit 187 politiezones, verdeeld over het gehele grondgebied.
Zij is belast met de dagdagelijkse politietaken, zowel van gerechtelijke als van bestuurlijke politie binnen het territorium van de politiezone.
Zij verzekert tevens zeven basistaken: wijkwerking, onthaal, interventie, politionele steun aan slachtoffers, lokale recherche, ordehandhaving en verkeersveiligheid.

De integriteit, onpartijdigheid en zin voor verantwoordelijkheid zijn de pijlers van de federale politie.
Zij voert missies uit van gerechtelijke en bestuurlijke politie in gespecialiseerde domeinen of wanneer fenomenen het lokale niveau overstijgen. Ze oefent tevens missies van operationele, administratieve en logistieke steun uit. Om die opdrachten te vervullen, bestaat de federale politie uit directies, entiteiten en diensten die zeer verscheiden zijn.
De federale politie verleent ook allerlei soorten steun (operationele of niet) aan de lokale politiekorpsen. Tot slot vertegenwoordigt ze de Belgische politiediensten in het kader van de internationale politiesamenwerking.

Om dit geïntegreerde karakter te benadrukken:

  • Worden in een nationaal veiligheidsplan (NVP) de krijtlijnen van de politieopdrachten uiteengezet en de prioriteiten vastgesteld. Het NVP is de leidraad voor de politiewerking. Het legt de strategische doelstellingen van de federale politie vast waaruit de actieplannen voortvloeien. De strategische doelstellingen worden om de vier jaar herzien, terwijl dat voor de operationele doelstellingen jaarlijks het geval is.
  • Bestaat er een deontologische code voor alle personeelsleden van alle politiediensten.
  • Het personeel van de Belgische politie delen de waarden van de geintegreerde politie.
  • Om bij te dragen aan de maatschappelijke veiligheid, moet elk personeelslid van de geintegreerde politie bij de uitoefening van zijn taken rekening houden met de principes van de Excellente politiezorg.
  • Zijn er gemeenschappelijke selectie- en rekruteringsprocedures en is de opleiding eenvormig.
  • Hebben alle politieambtenaren hetzelfde statuut. Dit eenheidsstatuut betekent dat voor zowel de leden van de federale politie als van de lokale politie dezelfde regels inzake bevordering, evaluatie, mobiliteit, tucht, bezoldiging, pensioen, enz..
  • Zijn in het kader van de mobiliteit alle betrekkingen binnen beide niveaus (federaal en lokaal) toegankelijk voor elk personeelslid van het ene of het andere niveau, mits aan bepaalde voorwaarden is voldaan.
  • Er is inzake operationele politiële informatie één Algemene Nationale Gegevensbank (ANG) voor beide politieniveaus.
  • Werken de informatiekruispunten (AIK's) als schakels tussen het federale en lokale niveau op het vlak van de operationele informatie-uitwisseling van bestuurlijke en gerechtelijke politie.
  • Zijn de 11 provinciale communicatie- en informatiecentra (CIC's) operationeel voor beide politieniveaus, zowel voor de calltaking (het beantwoorden van noodoproepen) als voor de dispatching van de ploegen op het terrein.
  • Zullen op termijn de federale en lokale politiediensten alsook alle hulp- en veiligheidsdiensten (101, brandweer, douane, enz.) gebruikmaken van een digitaal radionetwerk, ASTRID genaamd. Hierdoor zullen de verschillende politiediensten beter kunnen communiceren en zal de samenwerking tussen de politie en de andere hulpdiensten er ook op vooruitgaan.

NVP

"Samen, naar de kern van de zaak"

Op 7 juni 2016 werd het Nationaal Veiligheidsplan ( NVP) 2016-2019 officieel voorgesteld.
Dit document wordt om de vier jaar door de ministers van Veiligheid en Binnenlandse Zaken en van Justitie gepubliceerd en is de leidraad van de politiewerking.

De deontologische code van de politiediensten is er gekomen op verzoek van de wetgever. Hierin werd namelijk voorzien door de wet van 26 april 2002 houdende de essentiële elementen van het statuut van de personeelsleden van de politiediensten ('Exoduswet').

De toepassing van de verschillende bepalingen van de deontologische code van de politiediensten houdt in dat de personeelsleden van de politie bij elke interventie of bij elke actie, een aantal waarden hanteren:

Om bij te dragen aan de maatschappelijke veiligheid, moet elk personeelslid van de geintegreerde politie bij de uitoefening van zijn taken rekening houden met de principes van de gemeenschapsgerichte politiezorg, de informatiegestuurde politiezorg en de optimale bedrijfsvoering.

Onder de herkenningspunten van de politie verstaan we onder andere het logo, de striping en de graden.

De Federale Politieraad verleent advies aan de ministers van Binnenlandse Zaken en van Justitie, onder andere over het ontwerp van het nationaal Veiligheidsplan (NVP) waarvan het de uitvoering geregeld evalueert.
Deze raad is eveneens belast met de globale evaluatie van de werking en de organisatie van de Federale Politie en van de lokale politiediensten, in het bijzonder op basis van een jaarlijks rapport opgesteld door de Algemene Inspectie van de Federale Politie en van de Lokale politie (AIG).