Grote rampoefening voor snellere sidentificatie van slachtoffers

Op vrijdag 25 januari namen alle disciplines die betrokken zijn bij het identificatieproces van personen die bij een ramp om het leven kwamen deel aan een grote rampoefening in het Militair Hospitaal Koningin Astrid in Neder-Over-Heembeek.

 

Het scenario
Bij de fictieve ontploffing van een tankwagen in Etterbeek kwamen 30 mensen om het leven. De stoffelijke resten van de slachtoffers werden overgebracht naar het Militair Hospitaal Koningin Astrid in Neder-Over-Heembeek. Ter plaatse gingen de leden van het Disaster Victim Identification Team (DVI) van de Federale Politie en hun partners aan het werk om de lichamen zo snel mogelijk te identificeren.

De Civiele Bescherming plaatste vlug containers en zette de nodige communicatienetwerken op voor een goed verloop van de oefening. De leden van het DVI hielden zich, met de hulp van de forensische experts, bezig met de berging van de lichamen en zagen erop toe dat de post mortem-fase vlot verliep. In deze fase werden alle voor de identificatie nuttige gegevens verzameld op de plaats van de ramp en door onderzoeken op de lichamen.    

Ondertussen organiseerden de personeelsleden van Defensie de opvang en begeleiding van de naasten van de slachtoffers die ter plaatse waren gekomen. Het Rode Kruis zorgde voor het onthaal van de families ter plaatse in de daartoe bestemde centra. De dienst voor politionele slachtofferbejegening (DPSB) speelde een essentiële rol als begeleider van de families in de ante mortem-fase, in coördinatie met de FOD Volksgezondheid en het DVI. In deze fase werden bij de naasten alle voor de identificatie van de slachtoffers nuttige gegevens (beschrijving, DNA enz.) verzameld.

Dankzij de medewerking van alle partners kon het DVI door vergelijking van de vergaarde informatie formeel alle personen identificeren die bij de oefening om het leven kwamen.

Oefening DVI

Eerstelijnshulp aan de families
Onthaal van en bijstand aan de familieleden van de slachtoffers is prioritair voor de politiediensten. De politieambtenaar is vaak de eerste persoon met wie het slachtoffer en zijn familie contact heeft. Daarom is er bijzondere aandacht voor het onthaal en de opvang van de families, en voor emotionele ondersteuning. In dat opzicht spelen de DPSB's van de Lokale Politie en de Federale Politie een zeer belangrijke rol.    

De slachtoffers van een ramp zijn niet altijd herkenbaar. Hun formele identificatie is dus noodzakelijk en dat is precies wat de leden van het DVI doen. Tijdens het identificatieproces zijn de getuigenissen van de naasten bijzonder belangrijk. Daarom was een specifiek deel van de oefening daaraan gewijd.   

Oefening DVIEen essentiële oefening
Deze oefening sluit aan bij de aanbevelingen van de parlementaire onderzoekscommissie naar de aanslagen. Die aanbevelingen betroffen onder meer de slachtofferidentificatie bij rampen of aanslagen. Het doel van de oefening was het goede verloop van de procedure, in coördinatie met de betrokken partners, te testen en ze efficiënter te maken.

Oefening DVI