Centrale directie van technische en wetenschappelijke politie

Deze directie behandelt de materies van de technische en wetenschappelijke politie. Zij staat in voor het beleid inzake forensische materies die de materiële aanwijzingen in de onderzoeken, gevoerd door de recherchediensten van de lokale en federale politie, behandelen.

Als centrale directie verleent zij eveneens haar steun, o.a onder vorm van expertise, aan de Laboratoria voor Technische en Wetenschappelijke Politie (TWP), de magistraten en de politiemensen.

De Centrale directie van de technische en wetenschappelijke politie omvat zes diensten:

LABO

Deze dienst is belast met de coördinatie en de uniformering van de middelen van de laboratoria voor TWP waarvoor zij de logistieke steun verzekert. Zij staat tevens in voor de specifieke individuele en collectieve uitrusting en ziet toe op de bevoorrading van de verbruiksproducten noodzakelijk voor de goede werking van de laboratoria voor TWP en de toepassing van de geldende normen en standaarden.

Gerechtelijke Identificatie (GID)

Deze dienst beheert de nationale gegevensbank van de gerechtelijke vingerafdrukken. Zij staat in voor de verzameling, verwerking en exploitatie van de dactyloscopische fiches via een geautomatiseerd identificatie-systeem van vingerafdrukken (AFIS), en verwerkt en vergelijkt de vingersporen opgenomen op de plaats van misdaden en wanbedrijven.

De G.I.D. telt twee secties:

  • De sectie DECA behandelt de formulieren (dactyloscopische fiches) met de vingerafdrukken van de aangehouden personen teneinde ze te vergelijken met de bestaande fiches en met de gegevensbank "sporen".
  • De sectie MONO behandelt en beheert de vingersporen opgenomen op de plaats van het misdrijf. Elk nieuw spoor wordt vergeleken met de gehele gegevensbank met het oog op de identificatie van de "eigenaar" van dit spoor of het bepalen van verbanden tussen feiten.

De samenwerking tussen deze twee secties leidt tot de identificatie van daders van misdaden en wanbedrijven of van verdwenen of onbekende personen. Zij laat toe verbanden te leggen tussen feiten en het aan het licht brengen van het gebruik van valse identiteiten (alias).

AUDIO en VIDEO

Deze dienst is samengesteld uit twee secties:

  • De expertiseactiviteiten van het audiolaboratorium situeren zich op het vlak van het maken van kopieën van audioberichten, het verbeteren van de kwaliteit van hun geluidsopnames (filtering), de algemene analyse van de opname alsook de analyse en vergelijking van de stem.
  • De activiteit van het videolaboratorium bestaat uit algemene analyse van de opname van een videosignaal, de verbetering van de kwaliteit en de extractie van stilstaande beelden uit behandelde video-informatie. Deze activiteiten kunnen worden uitgevoerd op de verschillende gangbare formaten. De wedersamen-stelling van beschadigde dragers wordt eveneens door deze dienst uitgevoerd.

R&D en QUALITY ASSURANCE

Deze dienst houdt zich, in samenwerking met het Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie en de externe diensten, bezig met conceptueel werk dat de standaardisatie en de uniformering van de werk-methodes en technieken beoogt in het snel en constant evoluerend domein van de TWP.Zij onderzoekt en ontwikkelt de wetenschappelijke methodes en technieken aangewend door de laboratoria van TWP. Zij coördineert en centraliseert de door stagairs in de laboratoria voor TWP en bij DJT uitgevoerde onderzoeken (studie eindwerken).

Zij draagt bij tot de uniformering van de opleidingen inzake TWP.

Deze dienst licht ook de politiediensten en andere diensten betrokken bij de materies van TWP in, en bereidt met bepaalde onder hen protocollen voor met het oog op de verbetering van de kwaliteit van de opsporingen ter plaatse.Zij verzamelt en verspreidt de voor de laboratoria TWP en diensten van DJT nuttige informatie, namelijk door het beheer van een speciaal voor dit doel ontworpen intranet forum.

De internationale aanvragen voor DNA-vergelijking worden hen overgemaakt door het Federaal Parket om er de politionele opvolging van te verzekeren.

CENTRALE EENHEID (UCE)

Deze operationele steundienst heeft twee essentiële functies:

Beheren van de nationale databanken met sporen (andere dan de vingersporen) zoals schoensporen, hand-schoensporen, bandensporen, oorsporen, voetsporen, … teneinde eventuele verbanden te leggen tussen verschillende misdaden en wanbedrijven, zowel binnen hetzelfde gerechtelijk arrondissement als tussen verschillende arrondissementen en indien mogelijk met verdachten.

Steun bieden aan de verschillende laboratoria van TWP van het land onder vorm van expertise in de vergelijking van sporen (bvb. 2e mening bij de vergelijking. Stemt het besluit overeen met de normen terzake?) en de gespecialiseerde opsporingen ter plaatse die ofwel kostelijk en ingewikkeld materiaal vereisen, ofwel bedrevenheid in het gebruik ervan en/of specifieke kennis vereisen (bvb. bloedspatanalyse).

Daarnaast is er een sectie "ROBOT" die operationele steun levert door het maken van een schets van het gelaat van daders van misdaden en wanbedrijven vertrekkende van de woordelijke beschrijving door slachtoffers of getuigen (robotfoto).

De reconstructie (2D en 3D) van het gelaat van onherkenbare slachtoffers is ook één van hun specialiteiten.

GEDRAGSWETENSCHAPPEN (GWSC)

De Dienst Gedragswetenschappen telt drie afdelingen, die psychologie en communicatie als gemeenschappelijke noemer in hun mission statements opnemen. Deze drie afdelingen dragen, elk volgens zijn eigen specificiteit, bij tot het optimaliseren van de inzameling en/of analyse van informatie over een misdrijf. Door hun werkzaamheden op het vlak van onderzoek en ontwikkeling draagt de dienst ook bij tot een constante verbetering van onderzoeksprocessen.

Het verhoor met de polygraaf is een bijzondere verhoortechniek van de politieverhoor en dient om de geloofwaardigheid van iemands verklaringen te testen. De wetenschappelijke definitie van polygrafie luidt als volgt: de detectie van leugenachtige reacties via de analyse van psychofysiologische reacties van een individu. Het verkregen resultaat vormt een hulpmiddel voor het onderzoek, maar vervangt dit onderzoek helemaal niet; elk element moet met andere elementen van het onderzoek worden gestaafd.

De sectie verhoor van minderjarigen heeft als missie bij te dragen tot het vergaren van meer en exactere informatie betreffende de omstandigheden waarbinnen een misdrijf zich afspeelt waarbij een minderjarig slachtoffer, getuige of verdachte betrokken is. Hierbij waakt de sectie voornamelijk over de kwaliteit en zorgt voor de standaardisatie van de aangepaste verhoortechniek die gehanteerd wordt binnen de onderzoeksteams, voorziet ze in onderzoek, opleiding en informatie, en biedt ze materiële en methodologische steun.

De gedragsanalisten bieden een wetenschappelijke bijdrage aan het onderzoek. Ze dragen bij tot het beter stellen van prioriteiten en/of bepaalde benaderingen en het verfijnen van onderzoekspistes. Profielanalyse is de meest gekende toepassing maar ook het leveren van bijstand tijdens een verhoor is zeker één van hun belangrijkste bijdragen tot het politioneel onderzoek. De leden van de sectie kunnen ook een inschatting maken van het risico dat geuite dreigingen (brieven of gedrag) ook uitgevoerd zullen worden (dreiging, afpersing en stalking). Ze dragen ten slotte eveneens bij tot de ontwikkeling van wetenschappelijke onderzoek.

DVI

Het Disaster Victim Identification Team (DVI) is een steundienst binnen de Directie Speciale Eenheden van de Federale Politie. Door haar internationale werking is ze ook nauw verbonden met Interpol.

Opdracht

De opdracht van het DVI bestaat erin de stoffelijke resten van slachtoffers van rampen, incidenten, accidenten en in bepaalde omstandigheden ook van moord terug te geven aan de nabestaanden zodat hun de kans wordt gegeven een afscheidsritueel te organiseren als ondersteuning van het rouwproces.

De onderzoeksrechter, de parketmagistraat, de Lokale Politie en de federale gerechtelijke politiediensten kunnen op het DVI beroep doen om volgende taken uit te voeren:

  • Het inwinnen van ante mortem gegevens bij de nabestaanden, de arts en de tandarts van een vermiste persoon of een mogelijk slachtoffer van een ongeval, een incident of een ramp.
  • Het verzamelen van post mortem gegevens op de lichamen van onbekende slachtoffers door interdisciplinaire samenwerking met wetsgeneesheren, forensische tandartsen en antropologen.
  • Het vergelijken van de ante en post mortem gegevens om een onbekend slachtoffer te identificeren.
  • Het uitvoeren van zoekoperaties naar een vermiste persoon van zodra vermoed wordt dat hij/zij werd vermoord en door de dader ergens is verborgen of begraven. Eens gevonden zal het lichaam geborgen worden op een forensisch archeologisch verantwoorde wijze met vrijwaring van alle materiële sporen nuttig voor het gerechtelijk onderzoek.
  • Het uitvoeren van duikopdrachten om reeds onder water de nodige forensische vaststellingen te kunnen doen op de lichamen van slachtoffers om bewijsmateriaal veilig te stellen.
  • Het organiseren van zoekopdrachten naar verborgen ruimtes en/of bewijsmateriaal in woningen of op moeilijk toegankelijke plaatsen door de inzet van gespecialiseerde technieken.

Door de contacten die het DVI onderhoudt met nationale en internationale wetenschappelijke instellingen kan deze dienst ook aangesproken worden wanneer magistraten of politiediensten nood hebben aan enige informatie in het domein van de forensische wetenschappen en technieken.

Ook "Onderzoek en Ontwikkeling" ten voordele van haar eigen werking en deze van de politie als een geheel is van bij het ontstaan van het DVI een vast onderdeel van haar werkzaamheden. Zo werd de set sexuele agressie, de forensische hypnose, de "scientic content analysis", de forensische psychofysiologie (de polygraaf of "leugendetector") door haar ingevoerd in België.

Ook werd "necrosearch" als volwaardige discipline ontwikkeld. Actueel wordt het gebruik van oorbiometrie als identificatiemethode op punt gesteld in samenwerking met de Universiteit Gent en wordt onderzoek verricht naat typisch menselijke ontbindingsmoleculen samen met het Defensielaboratorium en de Katholieke Universiteit Leuven. Onderzoek wordt ook verricht naar nieuwe biosensoren om begraven lichamen accurater te kunnen opsporen.