Opleiding in Kazerne Dossin maakt politieagenten bewuster van mensenrechten

De Federale Politie en de Kazerne Dossin maakten vandaag samen de balans op van het vormingstraject "Holocaust, politie en mensenrechten" dat sinds 2014 al door meer dan 8200 personeelsleden van de politie gevolgd werd. Die toont aan dat politieagenten gevoeliger zijn voor mensenrechten en of hun gedragingen en attitudes binnen hun werkpraktijk veranderen nadat ze de vorming gevolgd hebben.

De opleiding

Dagelijks worden politieagenten geconfronteerd met ethische dilemma’s. Basisprincipes van mensenrechten kunnen onder druk te komen staan in hun taak als ordehandhaver. Tijdens de Tweede Wereldoorlog stonden politieagenten voor sterke dilemma’s toen ze door de nazi’s verplicht werden gewelddadige razzia’s op Joden uit te voeren. Vanuit deze vaststellingen zetten Kazerne Dossin, museum over Holocaust en Mensenrechten, en de geïntegreerde politie al in 2014 het vormingstraject “Holocaust, politie en mensenrechten (HPM)” op poten.

Het dagprogramma start met een rondleiding met bijzondere aandacht voor de rol van de politie tijdens de Tweede Wereldoorlog. Vanuit verschillende voorbeelden bouwen politieagenten tijdens de vorming een theoretisch kader op dat inzicht geeft in handelingsmarges. Met die kennis gaan ze in een tweede deel van de vorming aan de slag met praktijkvoorbeelden uit hun dagelijkse werking. Fenomenen als macht, gedeelde verantwoordelijkheid en groepsdynamiek spelen hierin een rol. Alle personeelsleden van de geïntegreerde politie, zowel  het operationele kader als het administratief -en logistiek kader  kunnen zich vrijwillig aanmelden voor de opleiding. Voor aspiranten zit de vorming sinds 2016 ingebed in hun basisopleiding.

Kazerne Dossin
 

Het onderzoek

Drie jaar geleden startten professoren in de sociologie Bram Spruyt en Filip Van Droogenbroeck (VUB), op vraag van Kazerne Dossin, een onderzoek naar de effectiviteit van deze vorming. Deelnemers kregen vooraf, kort na het opleidingstraject en 1 maand later een bevraging voorgelegd die polste naar hun eigen subjectieve impact én de reële impact van de opleiding. 9 op de 10 deelnemers geeft aan dat ze iets aan de opleiding hadden, voor bijna 70% zijn de inzichten bruikbaar voor hun werkpraktijk en 55% zegt op weg te zijn gezet om dingen anders aan te pakken in de toekomst. Maar ook de reële effecten die gemeten werden, zijn aanzienlijk. Zo kregen respondenten fictieve casussen voorgelegd over wangedrag van een collega. Daaruit blijkt dat respondenten na de opleiding het wangedrag van de collega ernstiger nemen, zwaardere straffen passend achten en meer bereid zijn om het gedrag te rapporteren. De effect is het grootst bij de casus waarbij er sprake was van een etnisch vooroordeel en nalatigheid (nl. een man van vreemde origine wenst een aangifte te doen omdat hij niet toegelaten wordt tot een discotheek).

Tot slot werd ook gepeild naar verschillende socio-politieke opvattingen bij deelnemers. Daaruit bleek dat respondenten na de opleiding minder sociaal dominant zijn, d.w.z. dat ze er minder van overtuigd zijn dat bepaalde sociale groepen in de samenleving machtiger moeten zijn en dat ongelijkheid goed is. Dit gaat samen met de etnische afstand die kleiner blijkt te worden, en waarbij deelnemers aangeven een dichtere relatie te willen aangaan met mensen van andere etnisch-culturele groepen. Deelnemers lijken ook minder geneigd te zijn om kritiekloos te conformeren aan gezag. Opvallend is nog dat er tussen de meting vlak na de opleiding en 1 maand later weinig verschillen zijn, wat duidt op een duurzaam effect.

Marc De Mesmaeker, commissaris-generaal van de Federale Politie: “De kwaliteit van het geleverde werk en het respect voor de anderen zijn de principes en waarden die me altijd gedreven hebben. Voor de eerste, de werkkwaliteit, is een zekere menselijke foutmarge aanvaardbaar maar voor de tweede, het respect, absoluut niet!

De integriteit en de eerbiediging van de Mensenrechten maken niet alleen integraal deel uit van het politieberoep, ze zijn er ook de grondslag van. Artikel 1 van de Wet op het Politieambt laat daar geen enkel twijfel over bestaan: "De politiediensten vervullen hun opdrachten onder het gezag en de verantwoordelijkheid van de overheden die daartoe door of krachtens de wet worden aangewezen. Bij het vervullen van hun opdrachten van bestuurlijke of gerechtelijke politie, waken de politiediensten over de naleving en dragen zij bij tot de bescherming van de individuele rechten en vrijheden, evenals tot de democratische ontwikkeling van de maatschappij. Om hun opdrachten te vervullen, gebruiken zij slechts dwangmiddelen onder de voorwaarden die door de wet worden bepaald."

De opleiding kan als een soort van “reality check” beschouwd worden om dit tastbaarder te maken. Dat gegeven sterkt me dat de keuze om de opleiding “Holocaust, Politie en Mensenrechten” te integreren in de basisopleiding van de aspiranten de juiste was, zodat zij vanaf de eerste ervaringen met het politiewerk een duidelijk referentiekader voor handen hebben dat teruggrijpt naar de geschiedenis en hen leert om te gaan met dilemma’s die zij kunnen tegenkomen. De impactstudie toont aan dat “neen” datgene is wat de opleiding succesvol heeft bijgebracht en zal blijven bijbrengen: dat er voor elk individu, elke politieman of -vrouw een mogelijkheid is om “neen” te zeggen.”

Marce De Mesmaeker & Christophe Busch