Straatintimidatie: opleiding voor de politiemensen samen met de vzw “Touche Pas À Ma Pote”!

De politiezone Brussel Noord (Schaarbeek, Evere en Sint-Joost-ten-Node) hecht veel belang aan het opvangen van slachtoffers van gendergerelateerd geweld. Er bestaat een wettelijk kader dat toelaat om dit specifieke soort geweld vast te stellen en te vervolgen. Er stelt zich echter een probleem bij de toepassing ervan.

De slachtoffers aarzelen vaak om klacht in te dienen. En anderzijds is het voor de politiemensen moeilijk om het feit correct te identificeren en om aldus zo goed mogelijk te kunnen beantwoorden aan de verwachtingen van de slachtoffers. Dat is in het bijzonder het geval wanneer de feiten van intimidatie zich niet vertalen in fysiek gewel”, erkent hoofdcommissaris Frédéric Dauphin, korpschef van de lokale politie Brussel Noord.

 

Vanuit deze vaststellingen zal de politiezone een opleiding aanbieden aan haar politiemensen, in partnerschap met de vzw “Touche Pas à Ma Pote”.

 

Een fenomeen beter leren kennen om slachtoffers beter te kunnen opvangen

De wet in verband met « ongewenst seksueel gedrag » of « straatintimidatie » van 2014 is nog te weinig gekend bij de politiemensen. Vanuit deze vaststelling heeft de politiezone nagedacht over hoe ze deze situatie in positieve zin kon doen evolueren. De opleiding van het personeel bleek een eerste noodzakelijke stap te zijn voor de ontwikkeling van een globale aanpak.

 

Maar niet eender welke opleiding! Een gewone “theoretische opleiding”, waarbij herinnerd wordt aan de normen en de procedures, vond de politiezone ontoereikend. Dankzij een partnerschap met de vzw « Touche Pas à Ma Pote » zal de lokale politie nu een opleiding aanbieden die aanzet tot een debat en die de deelnemers aanmoedigt om van gedachten te wisselen. Een praktijkgerichte opleiding, waarbij de toepassing van de normen vertaald wordt naar een eenvoudig en kwaliteitsvol politieoptreden.

“Een dergelijke opleiding lijkt ons een betere basis te zijn om een duurzame aanpak te ontwikkelen van het fenomeen straatintimidatie door onze politiemensen”, gaat de korpschef, Frédéric Dauphin, verder.

 

Cécile Jodogne, burgemeester van Schaarbeek en voorzitster van het politiecollege, voegt eraan toe: “Geweld tegen vrouwen, en meer bepaald straatintimidatie, is een realiteit die we kordaat moeten bestrijden. Als voorzitster van het college van de politiezone en als vrouw, is dit voor mij een prioriteit. De opleiding voor de actoren op het terrein is van kapitaal belang. Iedere vrouw moet zich rustig en veilig kunnen verplaatsen, zowel in de openbare ruimte als in de beroeps- en privésfeer.”

 

De politiemensen sensibiliseren, hen opleiden om het misdrijf te identificeren en om een ontvankelijk pv op te stellen

De opleiding zal erin bestaan om de deelnemers te sensibiliseren over straatintimidatie en seksistische beledigingen, niet alleen als misdrijf, maar ook als een belemmering voor het “samen leven”. Als we dit kleine misdrijf niet bestraffen of tegenhouden, dan zetten we de deur open voor onveiligheid en zullen sommige groepen van personen hun belangstelling verliezen voor bepaalde open ruimten.

 

De eendaagse opleiding omvat vier modules die bedacht werden binnen een welbepaalde dynamiek, gaande van de bewustwording over het fenomeen, tot het concrete vermogen om een slachtoffer op de meest gepaste wijze op te vangen en het desbetreffende pv op te stellen. Het gebeurt immers dat de politiemensen de constitutieve elementen van ongewenst seksueel gedrag niet herkennen en dat ze geen pv opstellen voor dit soort feiten. Om de slachtoffers beter op te vangen en om de daders te kunnen vatten, is het dus van essentieel belang om de politiemensen te leren hoe ze een pv voor straatintimidatie moeten opstellen.

 

Eerste sessies in de herfst

Met een budget van nagenoeg 36.000 euro, dat goedgekeurd werd door het politiecollege, bestaande uit Cécile Jodogne, burgemeester van Schaarbeek, Ridouane Chahid, burgemeester van Evere, en Emir Kir, burgemeester van Sint-Joost-ten-Node, kan de politiezone al in de herfst van start gaan met de eerste opleidingssessies.

 

“Het feit dat we deze zeer concrete opleiding aanbieden aan onze politiemensen, is van fundamenteel belang om gendergeweld efficiënter te kunnen aanpakken. Dit geweld moet herkend worden om er beter mee te kunnen omgaan en om de slachtoffers efficiënt te kunnen begeleiden. Dit zal een concreet antwoord van de politiediensten mogelijk maken in de strijd tegen straatintimidatie”, legt de heer Emir Kir, burgemeester van Sint-Joost-ten-Node, uit.

 

De eerste doelgroep zal bestaan uit officieren en hoofdinspecteurs die de leiding en de omkadering van de interventiebrigades/wachtdiensten op zich nemen. In een tweede fase zullen deze laatsten, de brigades van het eerstelijnspersoneel, dan eveneens opgeleid worden.

Ten slotte zullen de opleidingssessies ook aangeboden worden aan de parketmagistraten, vermits zij partners zijn van de politie voor het opvangen van de slachtoffers.

 

“Deze opleiding is een onmisbaar werkinstrument voor onze politiemensen. Straatintimidatie is een fenomeen dat we niet langer willen dulden en grondig willen aanpakken! Over de veiligheid van vrouwen in de openbare ruimte valt niet te onderhandelen en onze politiezone heeft zich als ambitie gesteld om ervoor te zorgen dat zij zich onbevreesd kunnen verplaatsen.”, besluit de heer Ridouane Chahid, burgemeester van Evere

 

Een concrete daad van een intern beleid dat de gendergelijkheid bevordert en verder ontwikkelt binnen de zone PolBruNo

Naast de doelstelling om de slachtoffers van straatintimidatie beter te benaderen en op te vangen, wil de politiezone met deze opleiding ook de ontwikkeling van haar interne bedrijfscultuur voortzetten en versterken, meer bepaald op het vlak van de gendergelijkheid.

Wij denken dat de opleidingsmodules de personeelsleden zullen aanmoedigen om meer van gedachten te wisselen over hun perceptie van dit soort feit. Deze uitwisselingen zullen vast en zeker ook een gunstige impact hebben op de perceptie rond gendergelijkheid binnen de organisatie”, besluit Frédéric Dauphin.