Ze hebben ingebroken! Wat nu?
Als slachtoffers van een inbraak dit via de 101-centrale melden, dan komt eerst onze interventieploeg langs. Zij gaan eerst de situatie na en geven hun eerste vaststellingen door via hun tablet.
3 stappen na een inbraak
- Bel onmiddellijk de politie op het 101-noodnummer! Zeker als je de inbreker op heterdaad betrapt. Probeer zoveel mogelijk te observeren: kledij, uiterlijke kenmerken, vluchtrichting en -middel ... Ga nooit de confrontatie zelf aan!
- Kom nergens aan, ruim niets op! Als je kan vermijden om je huis binnen te gaan, doe dit en wacht tot de politie er is. In een eerste reflex gaan slachtoffers van een inbraak soms dingen verplaatsen of hun huisraad opruimen. Dat is begrijpelijk, maar zo gaan mogelijke bruikbare sporen verloren. Wacht om die reden ook met het herstellen van ramen en deuren (in de mate van het mogelijke, uiteraard). De minste aanraking kan de schoen- of vingerafdruk onbruikbaar maken.
- Vragen of bijkomende info: laat het ons weten! Merk je achteraf dat er nog zaken verdwenen zijn of heb je nog vragen, laat het weten. Of merk je dat de inbraak weegt op je gemoed of veiligheidsgevoel, laat het ook weten. Eén van onze slachtofferbejegenaars komt dan graag langs voor een luisterend oor of een deugddoende babbel.
Welke soorten sporen?
Schoeiselspoor
De inbrekers lieten een schoenafdruk achter in de aarde. Het CSI legt een meetlat naast de schoen zodat ze gedetailleerd de afmetingen kunnen aflezen. Om een zo duidelijk mogelijk profiel in beeld te kunnen brengen, zoomen ze meerdere keren in bij het fotograferen. Deze foto's gaan naar het labo en de gerechtelijke identificatiedienst voor verder onderzoek.
Soms treffen we binnen een stofspoor aan van een schoenafdruk. Een dergelijk spoor kunnen ze met gel 'afliften' voor verder onderzoek.
Vingerspoor
CSI gaat op zoek naar vingersporen door met een speciale borstel en poeder omzichtig over de kluis te gaan. Gaandeweg komen verschillende vingersporen te voorschijn. Soms volledig, soms met kleinere stukjes.
Een vingerspoor is pas bruikbaar als het aan een reeks typica voldoet (lijntjes, onderbrekingen ...). Wordt er een bruikbaar vingerspoor gevonden, dan gaat het CSI dit spoor 'afliften': een gel neemt het poederspoor over en zorgt ervoor dat het veilig kan bewaard worden. Nu gaat het spoor naar het labo voor verdere verwerking en dan naar de gerechtelijke identificatiedienst om na te gaan of het in een databank kan gelinkt worden aan een verdachte.
Handpalmspoor
Er wordt altijd een contrasterende poeder gebruikt. Bijvoorbeeld op ramen is dat wit, op een wit raamkozijn zwart. Een handafdruk hoeft niet vlak te zijn. Het is bijvoorbeeld ook mogelijk om een greep te onderzoek, zoals aan de rand van een deur.
ANPR
De inbrekers werden gespot door een buur en die meldt de verdachte wagen aan de politie. Aan de hand van het tijdstip en de locatie kunnen we de ANPR-beelden opzoeken (ook nachtbeelden). Hoe meer details, hoe meer kans op succes: nummerplaat, beschrijving van de wagen, beschrijving en aantal inzittenden, rijrichting ...
DNA
Bloed, zweet, speeksel, huidschilfers, haarwortels. Soms laten inbrekers hun DNA achter. Bijvoorbeeld door zich te kwetsen aan een gebroken raam of omdat ze van een glas gedronken hebben. Het CSI zal dan twee swabs nemen: droog en bevochtigd. Verder DNA-onderzoek is vrij duur. Daarom wordt het staal pas onderzocht als het parket daarvoor de opdracht geeft.